Wetenschappelijk onderzoek borstkanker

Wetenschappelijk onderzoek draagt bij aan de vooruitgang van de kennis op het gebied van (borstkanker)zorg. Het gaat om het testen van bestaande of nieuwe middelen, technieken, methoden of behandelingen zoals medicijnen, operatietechnieken of bestralingsmethode. Soms kun je meedoen aan een wetenschappelijk onderzoek. Je arts geeft meestal aan of je in aanmerking komt voor een onderzoek, waarna je zelf kunt beslissen of je wilt deelnemen.

Hier lees je meer over wat wetenschappelijk onderzoek is en onderaan deze pagina vind je een link naar een actueel overzicht van alle lopende onderzoeken in Nederland. Overleg met je zorgverlener wat het in jouw situatie betekent om aan een onderzoek mee te doen en neem de tijd om zelf een goede afweging te maken of je wel of niet mee wilt doen. Wanneer je zelf een onderzoek hebt gevonden waar je aan mee zou willen doen, kun je dat aangeven bij je arts en wanneer het nodig is, doorverwezen worden naar het ziekenhuis waar dat onderzoek wordt uitgevoerd.

Wat is medisch wetenschappelijk onderzoek?

Er zijn twee soorten medisch onderzoek. Als je gezondheidsklachten hebt, ga je voor onderzoek naar een arts. Er wordt een onderzoek gedaan om de oorzaak van de klachten op te sporen, dit heet diagnostisch onderzoek. Het doel hiervan is om vast te stellen wat je mankeert.

Het tweede soort onderzoek is medisch-wetenschappelijk onderzoek. Dit onderzoek is niet in de eerste plaats bedoeld om je beter te maken, maar is bedoeld om:

  1. Betere behandelingen voor ziekten te vinden. Voorbeelden: een beter middel tegen hoofdpijn, een nieuwe hartklep, hulp bij een depressie.
  2. Meer over een ziekte te weten komen. Voorbeelden: Wat is de rol van het immuunsysteem bij uitzaaiingen? Krijg je van drop een hoge bloeddruk? Wat is de oorzaak van ADHD?
  3. Een ziekte opsporen (preventie). Voorbeeld: hoe kunnen we borstkanker eerder opsporen? Kun je Parkinson al vroeg herkennen?

Als je meedoet aan medisch wetenschappelijk onderzoek, word je proefpersoon. Afhankelijk van de fase van onderzoek doen óf gezonde proefpersonen óf patiënten mee aan het onderzoek. Bij onderzoek naar kanker doen nooit gezonde proefpersonen mee, maar alleen maar patiënten. Tijdens het onderzoek worden er gegevens verzameld, bijvoorbeeld de respons op een behandeling, lichaamstemperatuur of bloedwaarden. Soms moet je ook iets doen, bijvoorbeeld een dagboek bijhouden, testen maken op de computer of aangeven hoe je je voelt. Dat hangt af van het onderzoek.

Onderzoeken hebben verschillende doelen, soms worden bestaande middelen, technieken of methodes getest, maar ook kan het zijn dat er een nieuwe behandeling wordt getest. Denk aan nieuwe medicijnen, nieuwe operatietechnieken of een andere bestralingsmethode.

De onderzoeker is vaak een arts, maar dit hoeft niet dezelfde persoon te zijn als je behandelend arts. Meestal vergelijkt de arts-onderzoeker die nieuwe behandeling met de bestaande. Wie de nieuwe behandeling krijgt en wie de bestaande behandeling krijgt, wordt in zo’n onderzoek meestal door loting bepaald. Dit heet randomisatie. Zowel jijzelf als je arts-onderzoeker kunnen dus niet kiezen welke behandeling je krijgt als je mee doet aan dat onderzoek.

Soms weten zowel jijzelf als de arts-onderzoeker niet in welke groep je zit, dit heet dubbelblind onderzoek. Zo kan de arts-onderzoeker de resultaten beter beoordelen, hij/zij weet niet wat je als proefpersoon krijgt en is dan in staat om zonder voorkennis je resultaten te beoordelen.

Soms wordt een nieuwe behandeling vergeleken met een ‘nepbehandeling’, je krijgt dan bijvoorbeeld een medicijn wat geen effect geeft: een placebo. De placebo lijkt in alles op de nieuwe behandeling, het ziet er hetzelfde uit, het smaakt hetzelfde, etc. Het enige verschil is dat er geen werkzame stof in de placebo zit. Bij onderzoek naar kanker krijg je meestal niet alleen maar een placebo, dat zou namelijk niet verantwoord zijn. Je zult meestal wel een behandeling krijgen. Als je wel een placebo krijgt, zal deze vaak worden toegevoegd aan de bestaande behandeling. Deze groep wordt vergeleken met de groep die het nieuwe medicijn toegevoegd hebben gekregen aan de bestaande behandeling.

Ongeveer een derde van het medisch-wetenschappelijk onderzoek bestaat uit geneesmiddelenonderzoek. Voordat een nieuw medicijn op de markt gebracht mag worden, moet het eerst onderzocht worden. Dit kan wel 10 tot 18 jaar in beslag nemen. Het onderzoek gebeurt in meerdere stappen en gaat alleen naar de volgende stap als de resultaten goed zijn. Elke fase van onderzoek wordt beoordeeld door een onafhankelijke commissie van deskundigen voordat er toestemming wordt gegeven om naar de volgende te gaan.

Laboratoriumonderzoek

In het laboratorium, ook wel lab genoemd, zijn onderzoekers steeds op zoek naar nieuwe medicijnen. Daar testen ze het medicijn uitgebreid, bijvoorbeeld op cellen of stukjes weefsel

Proefdierenonderzoek

Als de testen in het lab veelbelovende resultaten geven, wordt het medicijn getest op proefdieren. Je mag niet zomaar op dieren testen. Het onderzoek moet eerst goedgekeurd worden door de DierExperimentenCommissie (DEC). Als het onderzoek is goedgekeurd, gaan de onderzoekers kijken naar het effect dat het medicijn heeft op de dieren. Ze kijken of het medicijn naar behoren werkt en of er bijwerkingen zijn.

Onderzoek bij mensen (klinische trial)

Alleen als de dierproeven laten zien dat het medicijn veilig lijkt en goede resultaten belooft, begint het onderzoek bij mensen. Er is dus al veel onderzoek gedaan voordat mensen gevraagd worden om mee toe doen. Onderzoek bij mensen mag niet zomaar. Het onderzoek moet eerst goedgekeurd worden door een onafhankelijke commissie; de Centrale Commissie Mens gebonden Onderzoek (CCMO) of de Medisch Ethische Toetsings Commissie (METC). Meedoen aan onderzoek is geheel vrijwillig, niemand kan je dwingen om mee te doen. Als je besluit niet mee te doen heeft dit geen nadelige gevolgen voor je behandeling.

De vier onderzoeksfasen in mensgebonden onderzoek zijn:

Fase 1: Is het nieuwe medicijn veilig?

Arts-onderzoekers kijken bij een kleine groep kankerpatienten of het medicijn te verdragen is en wat de juiste dosering is. Bij onderzoek naar medicijnen tegen kanker zijn dit vaak uitbehandelde patiënten die geheel vrijwillig meedoen.

Fase 2: Werkt het nieuwe medicijn?

Als het middel veilig genoeg is, wordt het getest bij een kleine groep patiënten. De arts-onderzoekers kijken nu of het medicijn ook echt effectief is.

Fase 3: Werkt het nieuwe medicijn beter dan het bestaande medicijn?

Zijn de resultaten van fase 2 goed, dan vragen de arts-onderzoekers meer patiënten om mee te doen. Ze vergelijken het nieuwe medicijn dan vaak met een bestaand medicijn. Als ook dit goede resultaten geeft, kan het medicijn geregistreerd worden als officieel geneesmiddel. Het medicijn komt op de markt. Artsen mogen het dan voorschrijven.

Fase 4: Wat zijn de gevolgen op lange termijn?

Ook als medicijnen op de markt zijn, en dus op grote schaal voorgeschreven worden, worden ze nog steeds onderzocht. Dit gebeurt dan op tienduizenden patiënten. Bijwerkingen op de lange termijn of bijwerkingen die zeldzaam zijn worden met dit onderzoek in kaart gebracht
In de folder van KWF Kankerbestrijding kun je meer informatie vinden over de verschillende fases van onderzoek.

Meedoen aan onderzoek?

Vaak word je gevraagd om deel te nemen. Het kan ook zo zijn dat je zelf een onderzoek hebt gevonden waarvan je denkt dat je aan mee zou willen doen. Vraag dan altijd aan je specialist of je in aanmerking komt. Een onderzoek heeft vaak specifieke eisen waar je aan moet voldoen om mee te kunnen doen. Je arts kan je vertellen of je aan die eisen voldoet.

Het is best lastig om te beslissen of je wel of niet mee wilt doen aan een onderzoek. Neem voldoende tijd om te beslissen, je arts zal daar begrip voor hebben. Praat er over met mensen in wie je vertrouwen hebt, zoals familie, vrienden of je huisarts. Ook werken in grote ziekenhuizen vaak verpleegkundigen die gespecialiseerd zijn op het gebied van wetenschappelijk onderzoek: researchverpleegkundigen. Zij kunnen je meer informatie geven over het onderzoek. Daarnaast wordt er bij elk onderzoek een onafhankelijk arts aangewezen, je kan deze persoon altijd benaderen. Zij zijn er om je vragen te beantwoorden, schroom dus niet om contact met ze op te nemen.

Je beslist altijd zelf of je mee doet aan een onderzoek, het is vrijwillig. Je bent nooit verplicht om mee te doen aan wetenschappelijk onderzoek. Beslis daarom ook pas of je mee doet als je genoeg weet over de inhoud, eventuele risico’s en voor- en nadelen van het onderzoek. 

Verzekering

Als je meedoet aan medisch-wetenschappelijk onderzoek sluiten de onderzoekers een verzekering voor je af. Deze verzekering heeft niets te maken met hoe risicovol het onderzoek is, het is standaard en wettelijk verplicht. Zo ben je extra verzekerd mocht er iets gebeuren tijdens het onderzoek. Aan het begin van het onderzoek krijg je informatie over deze verzekering. De verzekering loopt door tot vier jaar na het einde van het onderzoek.

Wat heb ik aan medisch-wetenschappelijk onderzoek?

  • Je helpt mee aan de vooruitgang van de wetenschap. Hiermee help je toekomstige patiënten.
  • Ben je patiënt? Dan kun je voordeel hebben van een nieuwe behandeling, maar dat is zeker geen belofte. Het is niet bekend, het kan dus zijn dat je er geen baat bij hebt.
  • Het onderzoek kan ook bijdragen aan kennis over het ziekteproces.
  • Je verdient meestal geen geld met het onderzoek, soms krijg je wel de reiskosten en/of onkosten vergoed. Als je wel geld verdient met onderzoek, moet je dit opgeven aan de belastingdienst als inkomen uit werk.

Loop ik risico als ik meedoe aan medisch wetenschappelijk onderzoek?

Omdat de behandeling nieuw is en nog onderzocht wordt, zijn nog niet alle effecten en bijwerkingen bekend. Er kan dus geen garantie gegeven worden dat je geen risico loopt als patiënt. Hoe groot het risico is, zal per onderzoek verschillen. Onderzoekers zorgen er wel voor dat bij elk onderzoek het risico zo klein mogelijk is. Elk onderzoek wordt door een onafhankelijke commissie beoordeeld en deze let er erg goed op dat het risico voor de patiënt zo klein mogelijk is. De veiligheid van de patiënt staat voorop. Bij sommige onderzoeken zijn er ook tussentijdse beoordelingen voor de veiligheid.

Waar moet ik rekening mee houden?

Elk onderzoek is anders, je kan dus niet precies zeggen wat er van je verwacht gaat worden.

Soms moet je vaker op controle komen, wordt er extra bloed afgenomen of worden er andere aanvullende onderzoeken uitgevoerd. Het kan ook zijn dat je een dagboek of lijstje moet bijhouden. Je ondergaat soms extra lichamelijk onderzoek of je krijgt vragen over ervaringen die met je ziekte te maken hebben die jij als naar ervaart. Het kan ook zijn dat je moet stoppen met de medicijnen die je nu al gebruikt. Daarnaast zijn er soms speciale leefregels waar je je aan moet houden zoals bijvoorbeeld voor alcohol, roken of het gebruik van voorbehoedsmiddelen. Meedoen aan onderzoek kan als zwaar of vervelend worden ervaren. Echter, je krijgt wel de kans om mee te doen aan een onderzoek waar je mogelijk baat bij hebt. En die extra controles kunnen ook juist fijn zijn, want jij en de ziekte worden erg goed in de gaten gehouden. Uiteindelijk ben jijzelf de enige die kan bepalen of het je waard vindt om mee te doen.

Als je wel mee wilt doen

Als je mee wilt doen aan het onderzoek, onderteken je een verklaring, het toestemmingsformulier of wel het informed consent. Met je handtekening zeg je dat je vrijwillig meewerkt aan het onderzoek. Bedenk je je later, en wil je toch niet mee doen met het onderzoek? Dat kan altijd. Je hebt altijd het recht om uiteindelijk toch niet mee te doen met het onderzoek. Ook kun je altijd stoppen met het onderzoek. Je hoeft dan niet te vertellen waarom. Als je patiënt bent krijg je daarna gewoon de behandeling die je anders ook zou krijgen.

Als je niet mee wilt doen

Als je niet mee wilt doen aan het onderzoek, hoef je verder niets te doen. Je hoeft niets te tekenen. Je hoeft ook niet te vertellen waarom je niet mee wilt doen. Als je patiënt bent krijg je dan gewoon de behandeling die je anders ook zou krijgen.

Rechten en plichten

De rechten van de proefpersonen zijn vastgelegd in de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen. De belangrijkste zijn:

  • Het recht om zelf te beslissen
    Je beslist zelf of je meedoet aan een onderzoek. Ook als je arts het vraagt, mag je altijd nee zeggen.
  • Het recht op informatie en vragen stellen
    De onderzoeker is verplicht om vooraf een gesprek met je te voeren. Ook moet hij de informatie over het onderzoek schriftelijk aan je geven. Je mag altijd vragen stellen, zowel voor, tijdens als na het onderzoek. De onderzoeker moet je vragen beantwoorden. Ook is er altijd een onafhankelijke deskundige. Die weet veel over het onderwerp, maar is niet betrokken bij het onderzoek. Aan hem kun je ook vragen stellen over het onderzoek, meestal telefonisch.
  • Het recht op bedenktijd
    Meestal hoef je niet meteen te beslissen of je meedoen aan het onderzoek. Je mag de informatie (thuis) nog rustig bekijken. Bespreek de informatie ook gerust met familie en vrienden als je dat wilt.
  • Het recht om te stoppen met het onderzoek
    Je mag altijd zeggen dat je toch niet mee wilt doen met het onderzoek, ook als het onderzoek al begonnen is. Je hoeft niet te vertellen waarom. Als je stopt, heeft dat geen invloed op de behandeling die je voor het onderzoek kreeg. Soms kun je niet direct stoppen, omdat dit slecht kan zijn voor de gezondheid. Vertel de onderzoeker daarom altijd dat je wilt stoppen, hij kan je dan vertellen hoe je dit op een veilige manier kan doen. In onderzoek staat namelijk altijd de veiligheid van de patiënt voorop.
  • Recht op bescherming van je gegevens
    De gegevens die tijdens het onderzoek verzameld worden, zijn anoniem, ze krijgen een code. Daarom kan je naam nooit terecht komen in rapporten over het onderzoek. De gegevens die verzameld worden, mogen alleen gebruikt worden voor het onderzoek waar je toestemming voor geeft. Als de onderzoeker jou gegevens later voor een ander onderzoek wil gebruiken, moet hij daar opnieuw toestemming voor vragen.
  • Plichten
    Als je besluit mee te gaan doen is het wel belangrijk dat je je houdt aan de regels van het onderzoek. Die zijn voor elk onderzoek verschillend. Soms moet je zonder iets gegeten of gedronken te hebben beginnen aan het onderzoek, soms moet je op een vast moment van de dag een pil innemen, of bijvoorbeeld bijhouden hoe je je voelt elke dag. Het is belangrijk dat je je aan deze regels houd, anders kan je de resultaten van het onderzoek beïnvloeden en zijn de resultaten niet meer betrouwbaar.

BVN en wetenschappelijk onderzoek

BVN vindt het belangrijk dat er een goed onderzoeksklimaat is in Nederland. Zo stimuleren we dat bij het vaststellen van de onderzoeksagenda het patiëntenperspectief wordt meegenomen, dat lopende onderzoeken en trials bij de patiënt bekend zijn en dat ook de resultaten inzichtelijk zijn voor de patiënt. Lees hier hoe BVN bijdraagt aan wetenschappelijk onderzoek in Nederland.

Meer informatie

Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO)
Folder wetenschappelijk onderzoek Ministerie VWS
Folder wetenschappelijk onderzoek KWF
Kanker.nl

Meedoen aan lopende onderzoeken

Agenda

woensdag, 2 augustus 2017 | 14:00 tot 16:00 uur
woensdag, 30 augustus 2017 | 14:00 tot 16:00 uur

Nieuws

donderdag, 1 december 2016