Webinar 'Leren van het SABCS'

Nieuwe ontwikkelingen in de borstkankerzorg

Dinsdag 16 januari 2018 organiseerden we, naar aanleiding van het internationale congres 'SABCS', een webinar over de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van borstkanker en de toepasbaarheid ervan in de Nederlandse praktijk. Het webinar werd gevolgd door ruim 300 geïnteresseerden. Tijdens de uitzending werden diverse vragen gesteld door de kijkers. Sommige vragen werden direct beantwoord. De rest van de vragen hebben we ná het webinar voorgelegd aan deskundigen. Op deze pagina vind je alle antwoorden op deze vragen.

Onderwerpen

  • CDK4/6 - remmers
  • Therapiepauze tijdens anti-hormonale behandeling?
  • Het effect van bewegingsprogramma’s
  • Hebben de volgorde en frequentie van chemotherapie toedienen invloed op terugkeer en overlevingskansen?

Vragen en antwoorden

De vragen die werden gesteld tijdens de uitzending vind je hieronder met de bijbehorende antwoorden. Deze antwoorden zijn tot stand gekomen in samenwerking met de specialisten die in de uitzending aanwezig waren. Heb jij andere vragen naar aanleiding van het webinar? Stel deze dan aan ons Serviceteam.

Webinar 'Leren van SABCS' over nieuwe ontwikkelingen in de borstkankerzorg

SABCS= internationale symposium San Antonio Breast Cancer Symposium (SABCS) in 2017. 

Presentatrice Inge Diepman interviewde dr. Gabe Sonke en dr. Agnes de Jager over hun visie op de ontwikkelingen en wat we hier in Nederland van kunnen leren en toepassen. Medewerkers en patient advocates van Borstkankervereniging Nederland vertellen wat voor mensen met borstkanker belangrijk is om te weten en hoe arts en patiënt beiden hun rol hebben tijdens en na het behandeltraject.  

CDK 4/6 remmers

1. Kun je door CDK 4/6 remmers genezen van uitgezaaide borstkanker?

Uitgezaaide borstkanker is helaas een ongeneeslijke ziekte. Door vrouwen (en mannen) met uitgezaaide HR+, HER2- (hormoonreceptor-positieve, humane epidermale groeifactorreceptor 2-negatieve borstkanker) te behandelen met een combinatie van hormoontherapie en een CDK4/6 remmer kan de tijd tot progressie van de ziekte worden uitgesteld.

2. Wanneer in de behandeling kun je gebruik maken van CDK 4/6 remmers? Kan het ook gebruikt worden bij niet uitgezaaide borstkanker?

Vooralsnog zijn CDK4/6 remmers allen beschikbaar bij uitgezaaide borstkanker. Er lopen wel studies in niet-uitgezaaide borstkanker. Je dokter kan je daar meer over vertellen, indien je geïnteresseerd bent in deelnemen aan zo’n studie.

3. Kan een CDK 4/6 remmer ook preventief worden ingezet om uitzaaiingen te voorkomen?

Dit is niet bekend en wordt onderzocht. Tumorcellen zoeken altijd naar een manier om te delen. CDK4/6-remmers zetten een rem op celdeling, maar op een gegeven moment zullen tumorcellen een andere manier vinden om weer te delen.

4. Hebben patiënten in België ook toegang tot CDK 4/6 remmers?

Ja, ook in België is er toegang tot de CDK 4/6 remmers.

5. Valt je haar uit van CDK 4/6 remmers?

In alle studies met CDK 4/6 remmers was haaruitval één van de bijwerkingen.

6. Momenteel wordt formeel de combinatie Fulvestrant met Palbociclib niet vergoed omdat besloten is dat Palbociclib met Letrozol ingezet moet worden. Kunnen vrouwen overschakelen van Fulvestrant op Letrozol? Is er een overgangsregeling afgesproken?

Palbociclib is geregistreerd en vergoed voor het gebruik in combinatie met 1: Letrozol of Anastrozol of 2: met Fulvestrant. Dit is per 1 augustus 2017 van kracht. In geval van twijfel bij je arts, is ons advies je arts contact op te nemen met de producent van het middel: Pfizer.

7. Blijft Palbociclib wel beschikbaar voor patiënten in de toekomst?

BVN streeft ernaar Palbociclib beschikbaar te houden voor alle patiënten die het nodig hebben.

8. Wordt Palbociclib goedkoper als het vaker wordt voorgeschreven?

De prijs van Palbociclib (en alle geneesmiddelen) is afhankelijk van heel veel zaken en niet alleen de hoeveelheid die wordt voorgeschreven. BVN zal er altijd naar streven Palbociclib beschikbaar de houden voor alle patiënten die aanmerking komen voor behandeling met dit middel en blijft hierover in contact met de (vergoedings-)autoriteiten.

9. Kan Palbociclib gecombineerd worden met radiotherapie?

Er is weinig bekend over het combineren van radiotherapie en Palbociclib, omdat de effecten niet direct in een studie zijn bekeken.

10. Wat zijn de late gevolgen van CDK 4/6 remmers?

Studies die kijken naar de langetermijneffecten van CDK4/6-remmers lopen nog. Dit komt omdat dit relatief nieuwe geneesmiddelen zijn. Hierdoor is er nu nog niet veel bekend over de late gevolgen.

11. Hoe lang loopt de SONIA studie?

De studie is eind 2017 gestart en zal naar verwachting in 3,5 jaar tijd alle vrouwen verzamelen die nodig zijn voor de studie. Daarna moet er waarschijnlijk nog zo’n 18 maanden gewacht worden totdat de studievraag beantwoord zal zijn.

12. Is de leeftijd van de patiënt van belang om mee te doen met de studie?

Alle deelnemende vrouwen moeten 18 jaar of ouder zijn, maar verder is er geen leeftijdscriterium. De behandelingen die gegeven worden in de studie zijn even effectief bij jonge als bij oudere vrouwen.

13. Ik gebruik Palbociclib met Letrozol in de 1e lijn. Kan ik nog meedoen aan de SONIA studie?

Helaas is de studie alleen toegankelijk voor vrouwen die nog niet begonnen zijn met de behandeling voor uitgezaaide borstkanker en die niet eerder behandeld zijn met CDK4/6-remmers, zoals Palbociclib.

14. Ik heb uitgezaaide borstkanker en gebruik hormoontherapie: kan ik meedoen aan de SONIA studie?

Helaas is de studie alleen voor vrouwen die nog niet begonnen zijn met behandeling voor uitgezaaide borstkanker. Soms kan een uitzondering gemaakt worden als vrouwen nét (enkele dagen tot weken) gestart zijn met hormoontherapie.

15. Hoe lang werkt hormoontherapie als je uitgezaaide borstkanker hebt?

Dit kan behoorlijk verschillen. Bij de ene vrouw werkt het relatief kort en bij een andere vrouw kan het heel lang werkzaam zijn. Het hangt er ook vanaf of er eerder behandeling met hormoontherapie heeft plaatsgevonden. Hoewel er voor grote groepen vrouwen wel iets over te zeggen is, gaat het natuurlijk om de individuele vrouw en daar is eigenlijk geen goede voorspelling voor te geven.

16. Is een behandeling met een CDK 4/6 remmer een vorm van immuuntherapie?

Behandeling met CDK 4/6 remmers is een vorm van doelgerichte therapie (“targeted therapy”) die wordt gebruikt in combinatie met hormoontherapie.

17. In welke vorm wordt een CDK 4/6 remmer gegeven: in pillen of via een infuus?

CDK 4/6-remmers bestaan als capsules en tabletten.

18. Ik heb als 5e lijn nu Palbociclib met Fulvestrant: zou in de toekomst Ribociclip voor mij een volgende lijn kunnen zijn?

Op het ogenblik is er geen onderzoek gedaan naar het gebruik van verschillen de CDK4/6 remmers achter elkaar in verschillende lijnen.

19. Wanneer kies je voor chemotherapie en wanneer voor CDK 4/6 remmers?

Het kiezen voor chemotherapie of hormoontherapie in combinatie met een CDK4/6-remmer hangt van je situatie af. Omdat je arts een goed overzicht heeft van jouw situatie, kun je het beste de voor- en nadelen bespreken met hem/haar.

Hormoontherapie: stoppen voor adempauze of zwangerschap

1. Kan ik tijdelijk stoppen met de behandeling om zwanger te worden (vrouw 36 jaar)?

Belangrijk om goed met de arts te bespreken. In sommige gevallen is een pauze mogelijk. Er is geen algemeen antwoord over te geven, dit is altijd een zeer persoonsgebonden overweging.

2. Zijn de klachten van hormoontherapie hetzelfde als de klachten van de overgang?

Het verwarrende is dat veel van de klachten overeenkomen, toch zijn er specifieke klachten die kunnen ontstaan bij hormoontherapie. Je kunt er meer over lezen in ons dossier hormoontherapie >

3. Welke patiënten hebben echt baat bij anti-hormonale therapie?

Anti-hormonale therapie wordt toegepast wanneer de vrouwelijke geslachtshormonen oestrogeen en progesteron de groei van bepaalde borstkankercellen stimuleren. Niet iedere anti-hormonale therapie is voor elke vrouw geschikt, dit hangt af van een aantal factoren:

  • De gevoeligheid van de tumor voor hormonen
  • Of je vóór of ná de overgang bent
  • Het tempo waarin de tumor groeit en/of zich verspreidt

De keuze voor een behandeling met anti-hormonale therapie hangt samen met de aanwezigheid van hormoonreceptoren, de ontvangers van hormoonsignalen die zich op kankercellen bevinden. Dit noemt men dan positieve hormoonreceptoren. Anti-hormonale therapie als aanvullende behandeling wordt alleen gegeven bij vrouwen die positieve hormoonreceptoren hebben. Dit noemt men ‘hormoonreceptor positieve borstkanker’. De kans dat de tumor gunstig op de therapie reageert, ligt tussen de 50 en 75 procent. Bij ‘hormoonreceptor negatieve borstkanker’, dus als de vrouw onvoldoend hormoonreceptoren heeft, heeft anti-hormonale therapie meestal geen zin.

4. Ik heb een laag risico volgens de mammaprint en slik Tamoxifen maar heb last van ovariële cysten: is het verstandig om voor ovariële suppressie te kiezen?

Deze vraag is te specifiek. We adviseren dit met een medisch expert te bespreken.

5. Wordt de werking van anti-hormonale therapie beïnvloed door voeding?

Er is geen wetenschappelijk bewijs dat voeding invloed heeft op de werking van anti-hormonale therapie, er zijn wel mensen die baat hebben bij bepaalde voedingsmiddelen (bijvoorbeeld Vegan of volledig biologisch). Een goed vertrekpunt voor meer informatie is www.voedingenkanker.info.

6. Is het beter om na 5 jaar Tamoxifen de behandeling te vervolgen met Exemestan voor het 6-10 jaar?

Letrozole, Anastrozole en Exemestane zijn middelen die behoren tot de groep van aromataseremmers. Aromataseremmers remmen de aanmaak van het enzym dat ervoor zorgt dat er oestrogenen gemaakt worden in het lichaam. Deze behandeling heeft daarom alleen zin heeft bij vrouwen met positieve oestrogeenreceptoren. Als patiënten niet meer reageren op de traditionele Tamoxifen wordt de behandeling voortgezet met Letrozole, Anastrozole of Exemestane. Concreet betekent dit dat vrouwen in de volgende gevallen baat kunnen hebben bij deze middelen:

  • Vrouwen die na een aanvullende (adjuvante) behandeling met Tamoxifen toch een nieuwe tumor ontwikkelen
  • Vrouwen bij wie de tumor(en) groeien ondanks een behandeling met Tamoxifen
  • Vrouwen die te veel bijwerkingen ervaren van Tamoxifen

Bij sommige patiënten zorgen deze medicijnen voor een duidelijke tumorverkleining, bij anderen wordt de groei stopgezet. Soms worden aromataseremmers als aanvullende (adjuvante) behandeling gegeven. Meestal is dat in het kader van een onderzoek of als Tamoxifen te veel bijwerkingen geeft.

7. Heeft het langer dan 5 jaar slikken van een aromataseremmer toegevoegde waarde?

Hier kunnen we niet een specifiek antwoord op geven want het antwoord is afhankelijk van leeftijd en tumorkenmerken, of je post- of premenopauzaal bent. Deze vraag dient altijd met de behandelaar besproken te worden.

8. Wanneer is Tamoxifen alleen voldoende en wanneer moet je dit combineren met een aromataseremmer?

Als patiënten niet meer reageren op de traditionele Tamoxifen behandeling zijn Letrozole, Anastrozole of Exemestane aangewezen. Concreet betekent dit dat vrouwen in de volgende gevallen baat kunnen hebben bij deze middelen:

  • Vrouwen die na een aanvullende (adjuvante) behandeling met Tamoxifen toch een nieuwe tumor ontwikkelen
  • Vrouwen bij wie de tumor(en) groeien ondanks een behandeling met Tamoxifen
  • Vrouwen die te veel bijwerkingen ervaren van Tamoxifen

Bij sommige patiënten zorgen deze medicijnen voor een duidelijke tumorverkleining, bij anderen wordt de groei gestopt. Soms worden aromataseremmers als aanvullende (adjuvante) behandeling gegeven. Meestal is dat in het kader van een onderzoek of als Tamoxifen te veel bijwerkingen geeft.

9. Is de leeftijd van de patiënt van invloed op de duur dat je anti-hormonale therapie moet volgen?

Ja, wat meespeelt is of patiënten postmenopauzaal zijn of premenopauzaal. In overleg met de behandeld arts kan ook leeftijd een rol spelen bij de te maken keuzes.

10. Wordt er naar het percentage oestrogeen gekeken om de lengte van de hormoontherapie te bepalen?

Er wordt naar verschillende factoren gekeken zoals; leeftijd, ER status en andere tumorkenmerken (grootte van de tumor, de graad en de lymfeklieren). Op grond daarvan wordt gekeken of de therapie verlengd moet worden. Het is dus altijd individueel bepaald. Voor meer informatie over hormoontherapie en uw tumorkenmerken zie ons dossier hormoontherapie >

Voor informatie over de berekening van de (verlenging van) de duur van de (anti-)hormoontherapie zie www.chirurgenoperatie.nl >

11. Hoe groot is het percentage premenopauzale vrouwen dat last heeft van vervroegde overgangsklachten?

30% van de hormoongevoelige borstkankerpatiënten is premenopauzaal. Niet iedere vrouw heeft last van vervroegde overgangsklachten. Daarom is het lastig te zeggen wat het percentage is, mede omdat deze klachten ook niet worden geregistreerd. Lees meer over vervroegde overgangsklachten in ons dossier, of kijk op www.im-every-woman.nl.

12. Bestaat er een test die de meerwaarde van hormonale therapie kan voorspellen?

Er bestaat geen aparte test. Er wordt wel onderzoek naar gedaan. Zo wordt onderzocht of de Mammaprint daarvoor ook gebruikt kan worden, maar zover is het nu nog niet.

13. Kan de werking van Tamoxifen in het lichaam worden aangetoond?

Endoxifen is de werkzame stof die het lichaam in de lever uit Tamoxifen maakt. We kunnen in het bloed meten hoeveel Endoxifen er aanwezig is. Als dat heel weinig is, kun je je voorstellen dat het minder werkzaam is. Op dit moment weten we echter nog niet hoeveel Endoxifen precies nodig is.

14. Hoelang moeten mannen anti-hormonale therapie volgen?

Hormonale therapie werkt alleen als de borstkanker groeit onder invloed van de hormonen. Bij 90% van de mannen met borstkanker is dat het geval. Er zijn nog maar weinig studies gedaan naar behandeling met hormonale therapie bij mannen met borstkanker. Daarom worden mannen met hormoongevoelige borstkanker op een vergelijkbare manier behandeld als vrouwen met een borsttumor.

15. Als je een lobulaire tumor hebt; hoe lang moet je dan een aromataseremmer gebruiken?

De duur van de hormoonbehandeling is voor een lobulaire tumor niet anders dan voor een niet-lobulaire tumor. De duur hangt met name af van de grootte van de tumor, de graad en de lymfeklieren.

16. Als je kiest voor een therapiepauze; hoeveel % extra risico loop ik dan op terugkeer van de ziekte

Dat is afhankelijk van de eigenschappen van de tumor bij diagnose (met name de grootte, de graad en of er uitzaaiingen waren in de lymfeklieren), en hoe lang je de hormoontherapie al gebruikt. Er zijn onvoldoende gegevens beschikbaar van vrouwen die hormoontherapie tijdelijke onderbreken om het percentage extra risico exact te kunnen berekenen.

17. Hoe groot is de therapietrouw van patiënten met hormoontherapie?

Tussen de 15 en 50 procent van de patiënten staakt de anti-hormonale therapie vroegtijdig door de bijwerkingen of door onvoldoende kennis over de effectiviteit, en behaalt daarom het behandeldoel niet. Lees het artikel 'Hoe je hormoontherapie beter volhoudt' in ons blad B >

18. Wat is de meerwaarde van Zometa bij hormoontherapie?

Het doel van de behandeling is het verkleinen van de kans op het ontstaan van uitzaaiingen. Deze behandeling wordt sinds 2015 met dit doel toegepast. Bisfosfonaten worden echter al langere tijd gebruikt, onder andere bij de behandeling van botontkalking (osteoporose). Als vrouwen door de borstkankerbehandeling vervroegd in de overgang raken en/of behandeld worden met aromataseremmers (een groep medicijnen die tot de anti-hormonale therapie behoort), dan hebben deze vrouwen een groter risico op botontkalking. Bisfosfonaten beschermen het lichaam tegen botontkalking. Zometa® doet echter ook het volgende: het remt de groei van eventueel nog aanwezige tumorcellen af. Dit werkt zo: als (eventueel nog aanwezige) tumorcellen zich willen delen, worden nieuwe bloedvaten gevormd, om deze cellen van zuurstof en voedingsstoffen te voorzien. Zoledroninezuur gaat de vorming van deze bloedvaten tegen, zodat de kwaadaardige cellen zich niet ongeremd kunnen blijven delen.

19. Ik slik nu na 5 jaar Tamoxifen 5 jaar Anastrozol; stopt het daarna altijd?

Op dit moment zijn er geen aanwijzingen dat langer dat 10 jaar nodig is. Of de vrouw pre- of postmenopauzaal is bepaalt de duur van de therapie. Bespreek met je arts jouw situatie. Het is belangrijk om alle voor- en nadelen op een rijtje te zetten zodat je samen met de arts een weloverwogen keuze kunt maken die aansluit bij wat je wilt. Zie voor meer info de revisieversie van de Richtlijn Mammacarcinoom op www.oncoline.nl >

20. Zijn er nog verschillen in welke kuur je krijgt voor de behandeling van een hormoongevoelige borstkanker?

Welke anti-hormonale behandeling je krijgt, hangt allereerst af van het stadium van de ziekte en of je wel of niet in de overgang bent. Verder speelt een rol of je de bijwerkingen goed kunt verdragen. Er zijn twee hoofdgroepen binnen de hormoonbehandeling. Behandelingen die de hormoonproductie blokkeren, en behandeling die de hormoonwerking blokkeren.

Bewegen tijdens de behandeling

1. Is 60 minuten actief bewegen (als de fitbit dit aangeeft) voldoende?

De beweegrichtlijn geeft aan dat het goed is om elke dag, 30 minuten, matig intensief te bewegen, d.w.z. bewegen met een intensiteit waarbij je nog net kunt praten. In de beweegrichtlijn van het Nederlands Instituut voor Sport & Bewegen vind je beweegtips en informatie >

Het onderzoek dat gepresenteerd is op het congres gaat over beweeginterventies tijdens (en na de behandeling). Bij deze interventies is de intensiteit vaak wel iets hoger, en de interventie wordt 2-3 keer per week gedurende 60 minuten aangeboden. Tijdens een behandeling met chemotherapie blijkt een matig tot hoog intensief sportprogramma onder begeleiding meer positieve effecten te hebben, dan een thuisprogramma met lage intensiteit. Als matig tot hoge intensiteit echter niet mogelijk is, is een thuisprogramma een goed alternatief.

2. Wat kun je zeggen over de motivatie om te bewegen bij borstkankerpatiënten met gewichtsproblemen?

Bewegen kan helpen om gewicht te verliezen en om spieren op te bouwen. Belangrijk hierbij is dat men tegelijkertijd ook op de voeding let en niet meer gaat eten. Lees meer in ons dossier gewicht >

3. Is beweging goed voor alle borstkankerpatiënten of alleen voor patiënten met een bepaald tumortype?

Bewegen is voor iedereen goed, dus ook voor alle borstkankerpatiënten. Het onderzoek dat op het congres is gepresenteerd liet zien dat de behandeling van elk tumortype een effect van bewegen op vermoeidheid had. Ook uit onderzoek waar informatie over tumor receptor status aanwezig is, blijkt dat beweeginterventies voor iedereen goed zijn. Afhankelijk van wat je wil gaan doen, is het meestal wel verstandig dit eerst samen met een in oncologie gespecialiseerde fysiotherapeut op te bouwen. Mocht je klachten hebben, dan kunnen zij je goed adviseren.

4. In hoeverre zou Herstel & Balans weer terug moeten komen volgens de sprekers?

Voor veel borstkankerpatiënten is het wegvallen van Herstel & Balans een gemis. Naast het begeleid bewegen wordt ook het onderling contact gemist. Je ziet ook dat ziekenhuizen nu minder goed doorverwijzen. Dat is erg jammer. Herstel & Balans was niet bewezen effectief, vandaar dat het gestopt is. Helaas is er niet direct een goed alternatief, dekkend in Nederland. Gelukkig zijn er wel mogelijkheden om begeleid te sporten, zie ons dossier beweging bij borstkanker >

5. Wat is de goede balans tussen bewegen en rust? Wat kun je patiënten daarin adviseren?

Het is moeilijk om hier een algemeen advies te geven omdat de balans voor iedereen anders kan zijn. In het algemeen is het goed om na intensief sporten, rust in te bouwen; zo wordt bijvoorbeeld spierkrachttraining 2-3 keer per week aanbevolen. Matig intensief sporten kan wel dagelijks. Als je twijfelt, is het verstandig het sporten op te bouwen met een in oncologie gespecialiseerde fysiotherapeut. Lees meer op www.allesoversport.nl >

6. Kan meer bewegen een positieve invloed hebben op het verminderen van ontstekingen in de darmen?

Bij patiënten met kanker is geen onderzoek gedaan naar het effect van bewegen op ontstekingen in de darmen. Wel blijkt uit sommige onderzoeken, met name onderzoeken die na afronding van de behandeling zijn uitgevoerd, dat bewegen een positief effect heeft op ontstekingsmarkers in het bloed.

7. Wordt beweging onder leiding van de fysiotherapeut vergoed uit de basisverzekering?

In veel ziekenhuizen wordt oncologische revalidatie aangeboden tijdens en na behandelingen. Deze zorg wordt ook aangeboden in veel revalidatie-instellingen. Onder bepaalde voorwaarden wordt deze zorg vergoed vanuit de basisverzekering en valt dan onder het eigen risico.

Er zijn zorgverzekeraars die oncologische revalidatie ná de behandeling buiten het ziekenhuis hebben opgenomen in de aanvullende verzekering. Deze zorg valt dan niet onder het eigen risico. Zo biedt Adelante in Limburg een programma aan dat vergelijkbaar is met het voormalige Herstel & Balans. Dit heet ‘Herstellen na kanker’. De kosten zijn 900 euro en die worden soms vanuit de aanvullende verzekering vergoed.

Ook bij fysiotherapeuten zijn er mogelijkheden om een programma voor oncologische revalidatie te volgen. Dit kan vergoed worden vanuit de basisverzekering of vanuit een aanvullende verzekering, afhankelijk van de indicatie en de afgesloten zorgverzekering.

Lees hier meer vergoedingen in ons dossier zorgverzekering >

8. Heeft bewegen ook een positieve invloed op het verwerken van ervaringen en de effecten van hormoontherapie?

Uit onderzoek is gebleken dat meer bewegen bijdraagt aan een betere lichamelijke en geestelijke gezondheid, een hogere levenskwaliteit en dat het de kans op terugkeer van de kanker vermindert. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat beweging de werking van je immuunsysteem stimuleert. Naast deze effecten op je lichamelijke gezondheid draagt beweging ook bij aan het volhouden van je dagelijkse activiteiten en het geeft ontspanning.

Vanuit B-force geven mensen ook aan zich mentaal en emotioneel beter te voelen door bewegen.

De invloed van bewegen op het verwerken en de ervaringen van hormoontherapie is nog niet specifiek wetenschappelijk onderzocht. Er zijn studies gedaan die erop wijzen dat bewegen positieve effecten heeft op gewrichtspijn en de lichaamssamenstelling (meer spieren, minder lichaamsvet en -gewicht) van vrouwen die hormoontherapie volgen.

Dose-dense chemotherapie

1. Speelt het effect van dose-dense chemotherapie ook bij chemotherapie voor uitgezaaide borstkanker?

Dat weten we niet. Het voordeel van dose dense chemotherapie is alleen onderzocht bij NIET uitgezaaide borstkanker.

2. Kom je door chemotherapie ook in de overgang? Zijn de verschijnselen hetzelfde?

Ja, dat kan. Chemotherapie kan de natuurlijke leeftijd van de overgang met gemiddeld zo'n 5-10 jaar vervroegen. Realiseer je dat een natuurlijke overgang vrij geleidelijk gaat, terwijl een kunstmatige overgang (bijvoorbeeld door chemotherapie) veel abrupter verloopt. Je lichaam heeft daardoor minder tijd om te wennen aan het nieuwe hormonale evenwicht. Klachten kunnen daardoor aanvankelijk sterker zijn.

3. Zijn de dokters in Nederland het met elkaar eens over het voordeel van dose-dense chemotherapie? Komt het in de nieuwe richtlijn?

Er is overeenstemming over het gebruik van dose-dense chemotherapie bij hormoon ONgevoelige borstkanker. Bij hormoon-gevoelige borstkanker wisselen de doktoren nog van mening. De gegevens die zijn gepresenteerd op het congres in San Antonio, dienen eerst gepubliceerd te worden in een vaktijdschrift, zodat wetenschappers alle details van het onderzoek kennen. Tot die tijd blijven er nog een paar vragen onbeantwoord. Daarom leidt het nog niet tot aanpassing van de richtlijn.

4. Kun je door chemotherapie ook hart- en vaatziekten krijgen?

De behandeling van borstkanker kan het hart van de patiënt beschadigen. Radiotherapie kan een schadelijk effect hebben op het hart, met name op de hartkleppen en kransslagaders. Ook bepaalde soorten chemotherapie kunnen de hartspier beschadigen. Dit geldt vooral voor de middelen Adriamycine en Epirubicine ook wel anthracyclines genoemd. Ook Trastuzumab, een medicijn dat wordt gebruikt bij gerichte therapie tegen borstkanker (immunotherapie), kan het hart beschadigen. Meer info vind je in ons dossier hartfalen >

5. Wat is het effect van chemotherapie en bestraling op het ongeboren kind?

Over de mogelijkheid tot bestraling tijdens de zwangerschap zijn de meningen verdeeld. Bestraling wordt alleen gegeven als de baby goed kan worden afgeschermd (niet in het derde trimester). Bij voorkeur wordt gekozen voor een behandeling waarbij bestraling meestal niet nodig is; een borstamputatie.

Chemotherapie tijdens een zwangerschap is mogelijk, maar wordt niet in het eerste trimester gegeven. Het kan in deze periode namelijk ernstige gevolgen hebben voor de foetus. Er is een hoger risico op een miskraam en er is een grotere kans op aangeboren afwijkingen bij de baby dan normaal.

Bij chemotherapie later in de zwangerschap (in het tweede en derde trimester) bestaat er een kleine kans dat het kind een groeiachterstand oploopt, vooral als de baby te vroeg ter wereld komt. Daarom wordt tegenwoordig het volledig uitdragen van de zwangerschap nagestreefd. De start van de chemotherapie wordt het liefst op een gunstig tijdstip na de geboorte gepland.

Lees meer in ons dossier zwangerschap na de behandeling >

6. Is Paclitaxel een vorm van dose-dense chemotherapie?

Paclitaxel kan eenmaal per week, eenmaal per twee weken of eenmaal per drie weken worden toegediend. Bij eenmaal per week of eenmaal per twee weken is het dose dense; bij eenmaal per drie weken niet.

7. Is dose-dense chemotherapie ook zinvol als je eerst geopereerd bent?

Ja.

8. Waarom wordt er niet standaard een biopt genomen bij uitgezaaide borstkanker? De tumor kan immer veranderd zijn.

Biopten nemen bij uitgezaaide borstkanker gebeurt steeds vaker. In de praktijk komt het echter weinig voor dat de tumor van hormoon-gevoelig in hormoon-ONgevoelig is veranderd of van HER2-positief in HER2-negatief (of andersom). De afweging tussen de nadelen van een biopt, ten opzichte van de kans dat de behandeling er echt beter van kan worden, moet iedere patiënt met haar/zijn dokter zelf maken. Daarbij is het zo dat niet iedere uitzaaiing bij een persoon hetzelfde hoeft te zijn. De vraag kan dan komen of één biopt genoeg is? Er zijn steeds betere technieken om met een scan de hormoongevoeligheid en HER2 gevoeligheid te onderzoeken. Dit wordt in onderzoeken steeds vaker onderzocht.

Vragen buiten de besproken onderwerpen om

1. Is er onderzoek gedaan naar het effect van voedingssupplementen en uitgezaaide borstkanker? Zo ja, wat leren we van dit onderzoek?

Er zijn wel onderzoeken gedaan naar voedingssupplementen en borstkanker, niet specifiek naar het effect op uitgezaaide borstkanker. Er is onvoldoende wetenschappelijk bewijs waaruit de werkzaamheid van voedingssupplementen blijkt in relatie tot borstkanker. Er is te weinig onderzoek naar gedaan en het onderzoek is onvoldoende betrouwbaar. Soms verschijnen er artikelen in de media over de werkzaamheid van een bepaald supplementen, maar vaak gaat het dan om bewijs dat is gevonden in laboratoria in petrischaaltjes of in muizenonderzoek. Dit wil niet zeggen dat het effect dan voor mensen ook zo is. Hiervoor is meer onderzoek nodig en wetenschappelijk bewijs.

Let op: sommige kruidenpreparaten kunnen de gezondheid schaden wanneer je ze gelijktijdig gebruikt met geneesmiddelen of tijdens behandelingen. Bijvoorbeeld het Sint Janskruid.

Er bestaan verschillende soorten voedingssupplementen: vitamine- en mineralensupplementen, visoliesupplementen, macasupplementen of sojasupplementen. Op www.voedingenkankerinfo.nl staan vragen met antwoorden over supplementen. Je kunt via de knop ‘stel een vraag’ vragen stellen.

Wetenschappelijk bewijs naar het effect ontbreekt veelal. We horen ook ervaringen van patiënten die zeggen er baat bij hebben. Belangrijk is dat je voor jezelf ontdekt wat goed voelt. We adviseren dat je je arts informeert over de middelen die je gebruikt en dat je deze niet neemt in plaats van de reguliere behandeling. Zie ook ons dossier complementaire zorg >

2. Is er onderzoek gedaan naar de relatie tussen vasten tijdens de chemotherapie?

Er is geen bewijs dat vasten tijdens de chemotherapie de werking en/of bijwerkingen van chemotherapie gunstig beïnvloedt. De Borstkanker Onderzoek Groep is op dit moment bezig met een studie naar vasten en het effect op bijwerkingen en werkzaamheid van chemotherapie bij vrouwen die neo-adjuvante chemotherapie krijgen. Zie ook www.voedingenkankerinfo.nl >

3. Hoe kan ik patiënt advocate worden voor BVN?

Je kunt de borstkankerzorg helpen te verbeteren door deel te nemen aan het landelijk BVN-netwerk van patient advocates. BVN wil in elke provincie twee á drie patient advocates die contacten onderhouden met ziekenhuizen en andere organisaties. Deze patient advocates worden onder leiding van de programmamanager Kwaliteit van Zorg gecoacht en geschoold (deze scholing is onderdeel van de BVN academie). 

We zoeken mensen die borstkanker hebben (gehad), erfelijk belast zijn met borstkanker of die nauw bij borstkanker betrokken zijn, die inzicht hebben in de kwaliteit van zorg (of bereid zijn dit te verkrijgen) en die aan het volgende voldoen:

  • HBO/academisch denkniveau
  • ervaringsdeskundigheid (afstand tot eigen ervaringen)
  • interesse om kennis op het gebied van borstkankerzorg te verwerven
  • goede communicatieve vaardigheden
  • diplomatiek en tactisch zijn
  • lef hebben
  • gericht op samenwerken
  • tijd hebben voor training, landelijk overleg (enkele malen per jaar) en ten behoeve van het regionale contact tijd voor o.a. overleg in ziekenhuizen en eventueel voor participeren in diverse projecten in ziekenhuizen

Kijk voor meer informatie en solliciteren bij onze vacatures >

4. Wat kan er gedaan worden aan de hoge kosten van nieuwe medicijnen?

BVN komt op voor de belangen van borstkanker patiënten en probeert waar mogelijk mee te denken in de kosten van nieuwe medicijnen. BVN geeft bij nieuwe middelen haar visie, bijvoorbeeld bij de adviescommissie pakket van het Zorginstituut (de organisatie die advies geeft aan de minister wat verzekerde zorg moet zijn). Kwaliteit van leven in relatie tot opbrengst van het middel en kosten wordt daarin meegenomen. Directe beïnvloeding van farmaceuten is lastig, maar op dit moment komen bijvoorbeeld de eerste Biosimilars (in dit geval van Herceptin (Trastuzumab)) op de markt. Als er geen patent meer op een geneesmiddel zit mag een andere fabrikant het middel ook (na)maken. Dit gelijkwaardige medicijn heet een Biosimilar en is een stuk goedkoper. Biosimilars zijn equivalenten van bestaande middelen. Zij zijn uitgebreid getest (in tegenstelling tot de introductie van generiek chemische geneesmiddelen óók in klinische studies) en zorgvuldig beoordeeld door registratie autoriteiten. BVN vindt dan ook dat zij een veilig en goed alternatief zijn voor de originele biologicals. Op deze manier dragen we ook bij aan de beheersing van hoge kosten.

5. Bestaat er al immuuntherapie voor borstkanker? Welke studies lopen er op dit moment?

Patiënten met HER2/neu-positieve uitzaaiingen komen in aanmerking voor doelgerichte therapie met trastuzumab (immunotherapie). Het medicijn geneest de patiënt met uitgezaaide borstkanker niet, maar kan de ziekte wel lange tijd onder controle houden. Trastuzumab wordt vrijwel altijd gecombineerd met ofwel hormoontherapie ofwel chemotherapie.
 
Een studie die op dit moment voor patiënten met triple negatieve borstkanker loopt is de TONIC studie.

6. Welke rol spelen genexpressietesten in het voorspellen van het risico op uitzaaiingen?

Genexpressietesten geven het risico op uitzaaiingen aan (Mammaprint) of voorspellen hoe groot de kans is dat de tumor terugkomt (Oncotype). MammaPrint® is een genenprofieltest die zeventig genen in de tumor analyseert. De uitslag geeft aan of het risico  op uitzaaiingen op afstand hoog of laag is.

Oncotype DX® voor invasieve borstkanker is een gevalideerde test die de genen van de tumor analyseert en daarmee voorspelt hoe groot het risico is dat de tumor terugkomt. De test gaat er daarbij van uit dat je  5 jaar hormonale therapie krijgt als onderdeel van de behandeling. De test kan ook voorspellen of je baat hebt bij chemotherapie.

Lees meer in ons dossier genprofieltesten bij borstkanker >

7. Hoe lang kan neuropathie aanhouden na chemotherapie?

Sommige chemotherapieën kunnen zenuwprikkelingen (neuropathie) veroorzaken. Meestal zijn de uiteinden van de zenuwen beschadigd, dit kan een tintelend of verdoofd gevoel geven in de vingertoppen en tenen. Deze klachten zijn het hevigste meteen na de behandeling, maar ze verminderen in de weken daarna. Het is nog niet duidelijk hoe neuropathie als gevolg van chemotherapie ontstaat. Waarschijnlijk spelen verschillende mechanismen hierbij een rol. Bij een groot gedeelte van de patiënten verdwijnt de neuropathie, maar het komt ook vaak voor dat de neuropathie niet of slechts gedeeltelijk omkeerbaar is.

Ze zeggen wel eens - als maatstaaf - dat als de zenuwpijn 3 maanden na de laatste chemo niet verdwenen is het blijft. Maar dat is natuurlijk per persoon verschillend en afhankelijk van de dosis, de duur en de soort chemotherapie. Zie ook onze dossiers zenuwpijn en bijwerkingen van chemotherapie bij borstkanker.

8. Zijn er ook doorbraakmedicijnen voor Triple Negatieve borstkanker?

Voor triple negatieve borstkanker is er nog geen doorbraak gevonden. De standaardchemotherapie bij triple negatieve borstkanker bestaat uit een combinatie van drie middelen: (epi-) adriamycine, cyclofosfamide en paclitaxel of docetaxel. Als vierde middel wordt ook nog wel 5-fluorouracil gegeven. Overleg met je arts of je eventueel aan een studie kunt deelnemen. In ons dossier triple negatieve borstkanker vind je ook een overzicht van lopende studies.

9. Waar kan ik de informatie over de studie naar acupunctuur vinden?

10. Wanneer komt er opereren zonder snijden (nanoknife)?

Irreversible Electroporation (IRE) ook wel Nanoknife genoemd, is een nieuwe chirurgische techniek waarbij geen mes maar elektrische stroom wordt gebruikt. Tussen twee of meer elektroden wordt een klein stukje weefsel met hoogfrequente elektrische stroom behandeld met behulp van naalden. Door deze stroomstoten ontstaan kleine gaatjes in de wanden van de tumorcellen, waarna de cellen afsterven en door het lichaam worden opgeruimd. Hierdoor ontstaan er geen grote inwendige wonden en kan er snel herstel plaatsvinden. Een ander voordeel van deze methode is dat er ook geopereerd kan worden in moeilijke gebieden (met veel bloedvaten, zenuwen en afvoergangen). Met de huidige technieken kan dit niet. Op dit moment wordt deze techniek in studieverband gebruikt, o.a. in onderzoek naar alvleesklierkanker. Er zijn ons geen studies bekend waarin deze techniek ingezet wordt bij borstkanker.
 
Lees meer over de techniek IRE op www.kwf.nl >

BijlageGrootte
PDF icon Accupunctuur onderzoek SABCS 2017.pdf122.15 KB

Artikel en abstract onderzoek acupunctuur, behorende bij vraag 9 van de overige vragen.