Wat zijn risicofactoren voor het krijgen van cognitieve klachten?

Wie risico loopt om cognitieve klachten te ontwikkelen, is op dit moment nog erg onduidelijk.

Cognitieve reserve

De zogenoemde cognitieve reserve kan mogelijk een rol spelen. Mensen met een grotere breinreserve kunnen een bepaalde mate van veranderingen in de hersenen beter opvangen. Mensen met een grotere breinreserve hebben opleidingen gevolgd en hebben een mentaal actieve levensstijl. Aan de andere kant is het ook zo dat juist deze groep mensen in hun werk vaak een beroep doet op analytisch vermogen, geheugen en aandacht. Hierdoor kunnen zij een kleine verandering in de hersenen sneller opmerken.

Emotie & vermoeidheid

De mate waarin je angstig, gespannen of vermoeid bent, is van invloed.

Gebleken is dat (borst)kankerpatiënten die angstig en/of somber zijn, vaker cognitieve problemen ervaren dan mensen die geen last hebben van dergelijke emoties. 

Voor vermoeidheidsklachten geldt hetzelfde. Borstkankerpatiënten die last hebben van ernstige vermoeidheid bij of na kanker, melden ook vaker een verminderd geheugen- en concentratievermogen.

Als deze factoren (angst en vermoeidheid) kunnen worden weggenomen, kunnen cognitieve klachten afnemen of minder belastend zijn.

“Ik kan me nergens anders op concentreren. Alles wat ik lees vergeet ik, omdat ik op de achtergrond de hele tijd aan het denken ben wat er gebeurt als ik inderdaad weer kanker heb. Wat zijn dan de gevolgen en hoe moet ik straks verder leven. Het leren gaat nu dus ook voor geen meter.”

Leeftijd

Welke rol leeftijd precies speelt, is op dit moment nog onduidelijk. Onderzocht wordt of een hogere leeftijd je extra kwetsbaar maakt voor eventuele nadelige invloeden van de behandeling op het cognitief functioneren.