Thuiszorg bij borstkanker

De thuiszorg kent een veelheid aan regelgeving. Daardoor is het niet eenvoudig om als patiënt te achterhalen waar je recht op hebt en hoe je dat recht kunt verzilveren. Naarmate onze bevolking vergrijst en er steeds meer mensen een beroep doen op de thuiszorg, is er voor de overheid steeds meer noodzaak de hoeveelheid thuiszorg aan banden te leggen. Dit doet de overheid door een complex aan ingewikkelde regels, die er voor moet zorgen dat de kosten binnen de perken blijven.

Financiering

Tot voor kort viel alle thuiszorg onder de AWBZ. De AWBZ is een volksverzekering, waarvoor de afdracht via het inkomen gebeurt. Alle ingezetenen in Nederland hebben recht op voorzieningen uit de AWBZ (bijvoorbeeld gehandicaptenzorg, verpleeghuiszorg en een deel van de GGZ).

In 2007 is een deel van de thuiszorg uit het AWBZ-pakket gehaald. Dit betreft de huishoudelijke hulp. Deze hulp valt nu onder de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning). Deze wet wordt uitgevoerd door de gemeenten. Het is ook de gemeente die bepaalt of iemand recht heeft op huishoudelijke hulp die door de WMO wordt gefinancierd. De WMO is geen volksverzekering, maar heeft meer het karakter van een vangnetvoorziening.

Zowel voor de AWBZ thuiszorg als voor de WMO thuiszorg geldt een eigen bijdrage. Deze bijdrage is afhankelijk van het gezinsinkomen. Voor iemand met een minimum inkomen, bijvoorbeeld alleen AOW, geldt een zeer geringe eigen bijdrage. Bij een inkomen van anderhalf keer modaal loopt de eigen bijdrage op tot maximaal € 11,- per uur.

Toegang

De toegang tot thuiszorg wordt geregeld via het CIZ (Centraal Indicatie orgaan Zorg). Dit geldt voor het AWBZ deel. Voor het WMO deel is de gemeente verantwoordelijk voor de indicatiestelling, maar veelal heeft de gemeente het weer uitbesteed aan het CIZ.

Het stellen van een indicatie kan op verschillende manieren. Als het gaat om een eenvoudige indicatie of een verlenging in een bekende patiëntsituatie wordt de indicatie veelal telefonisch gesteld. Bij complexe situaties en/of nieuwe patiënten gebeurt de indicatiestelling door middel van een huisbezoek.

Voor patiënten die na ziekenhuisopname thuiszorg nodig hebben wordt de indicatie reeds in het ziekenhuis gesteld. Ziekenhuizen hebben veelal een samenwerkingsverband met een thuiszorgorganisatie, waardoor een goede overdracht kan plaats vinden. Het CIZ kan hierin meewerken door haar indicatiestellers in het ziekenhuis te laten werken of de verpleegkundige van het ziekenhuis te mandateren om zelf de indicatie te stellen. Zo'n verpleegkundige heet dan transferverpleegkundige.

De thuiszorg wordt toegekend in de vorm van het soort thuiszorg (verpleging, verzorging, begeleiding, huishoudelijke hulp) en in de hoeveelheid thuiszorg (hoeveel keer per week, per dag, aantal uren, aantal minuten).

Een indicatiestelling kan worden aangevraagd door de patiënt zelf, diens familie of de hulpverleners in de omgeving (huisarts en dus ook ziekenhuis). Is er sprake van een crisissituatie dan mag de thuiszorgorganisatie reeds zorg inzetten zonder indicatiestelling. Thuiszorgorganisaties worden door de strenge regels echter steeds huiveriger om dit te doen.

Soorten thuiszorg bij borstkanker

Verpleging

Verpleging wordt geïndiceerd als het gaat om wondverzorging na operatie. De indicatie moet al in het ziekenhuis plaats vinden, anders kan de verpleging immers niet tijdig na ontslag uit het ziekenhuis starten. De indicatie wordt verstrekt voor 2 keer per dag en zolang als noodzakelijk. De grote thuiszorgorganisaties hebben gespecialiseerde verpleegkundigen voor wondverzorging en oncologie.

Verzorging

Verzorging wordt ingezet voor hulp bij ADL. Deze term betekent: algemeen dagelijkse levensverrichtingen. Te denken valt aan hulp bij wassen en aankleden. In het geval van borstkanker zal het dan gaan om ernstig zieke patiënten.

Huishoudelijke hulp

Deze vorm van thuiszorg moet dus bij de gemeente worden aangevraagd. Dit kan het beste voor de operatie reeds gebeuren. Belangrijk is om af te wegen of de hoogte van de eigen bijdrage opweegt tegen het zelf regelen.

Bedenk ook dat er strenge regels zijn alvorens huishoudelijke hulp wordt toegekend. Zo wordt er rekening gehouden met de inzet van inwonende mantelzorgers. Partners beneden de 75 jaar die nog redelijk gezond zijn worden geacht de huishouding te doen. Dit geldt ook voor full time werkende partners en voor inwonende kinderen boven de 12 jaar. In al deze gezinssituaties bestaat geen recht op huishoudelijke hulp.

Vraag tijdig aan

Probeer van te voren te bedenken welke vorm van thuiszorg straks noodzakelijk is. Vraag tijdig indicaties aan of laat dit doen. Als er in het ziekenhuis geen initiatief wordt genomen, vraag er dan zelf naar of laat dit doen. Door de vele bureaucratische bomen is het bos niet altijd meer zichtbaar, maar iedereen in Nederland heeft nog steeds recht op de bovengenoemde soorten van thuiszorg.

Voor meer informatie: www.kiesBeter.nl.