Seksuele responscyclus

Samen vrijen is voor velen van ons een belangrijk onderdeel van ons seksleven. Het is een manier waarmee we kunnen aangeven iets ‘gemeenschappelijks’ te hebben, ons met elkaar verbonden te voelen en van elkaar te houden. 

Borstkanker en de bijbehorende behandelingen kunnen het vrijen lange tijd verstoren. Verschillende lichamelijke en psychische veranderingen kunnen ervoor zorgen dat je minder zin hebt en/of dat het vrijen moeizamer gaat. 

Vrijen, het hebben van seks, kun je beschrijven aan de hand van de zogenaamde seksuele responscyclus. De seksuele responscyclus bestaat uit vijf verschillende fasen die we doorlopen tijdens het vrijen:

Fase 1: de fase van verlangen 

Fase 2: de fase van opwinding

Fase 3: de plateau-fase

Fase 4: de fase van het orgasme

Fase 5: de fase van herstel

In elk van deze fasen kunnen problemen ontstaan. 

Fase 1: de fase van verlangen 

Weinig of geen zin in seks heeft te maken met je algemeen lichamelijk en psychisch welbevinden: hoe je je voelt. Je welbevinden kan kort na de confrontatie met borstkanker behoorlijk verstoord zijn. Minder of geen zin hebben, is normaal in deze periode: je hebt wel iets anders aan je hoofd. Zin hebben in seks is ook afhankelijk van hormonen. Sommige behandelingen verstoren de hormoonhuishouding waardoor lust vermindert. Hetzelfde geldt voor een verminderde lichamelijke conditie of pijn bij het vrijen. Angst voor pijn kan je verlangen naar seks verminderen. 

Fase 2: de fase van opwinding

Voldoende seksueel verlangen en voldoende stimulatie zorgen ervoor dat je opgewonden raakt. Je zenuwstelstel speelt hierbij een belangrijke rol. Wil je sensaties kunnen waarnemen dan moeten er vanuit de geslachtsorganen signalen worden gestuurd naar de hersenen. Omgekeerd moeten de prikkels van de hersenen via het ruggenmerg de geslachtsorganen kunnen bereiken. Deze prikkels veroorzaken verschillende lichamelijke reacties waardoor je (verder) opgewonden raakt. Bij vrouwen wordt onder andere de vagina vochtig en mannen krijgen een erectie. Deze lichamelijke reacties kunnen verminderen of uitblijven als het zenuwstelsel is beschadigd. Borstkankerbehandelingen zoals chemotherapie kunnen het zenuwstelsel beschadigen. 

Opgewonden raken kan ook lastig zijn vanwege vaginale droogte en pijn bij het vrijen. Je kunt hiermee te maken krijgen als gevolg van chemotherapie en hormoontherapie. Bij vaginale droogte wordt de vagina minder vochtig, ondanks dat je opgewonden bent. Vrijen kan dan pijnlijk zijn. En als je toch vrijt, zorgt de angst voor pijn vaak voor een verhoogde spanning in de spieren rondom de schede. Daardoor ontstaat precies datgene waar je bang voor bent, namelijk pijn tijdens het vrijen. 

Fase 3: de plateau-fase

Dit is een soort tussenfase van toenemende opwinding. Een orgasme komt niet vanzelf en ontstaat niet enkel en alleen door de opwinding. Er is een zekere tijd en hoeveelheid prikkels nodig. Als de opwinding verder toeneemt en de spanning zich verder opbouwt (je bent dan in de plateau-fase), dan kun je in de volgende fase komen: het orgasme. Onder andere door vermoeidheid en een verminderde conditie kan het lastig zijn die volgende fase te bereiken. 

Fase 4: de fase van het orgasme

Het orgasme laat alle opgebouwde spanning in je lichaam los. Het is als het ware een ontlading van seksuele energie. Dit gaat gepaard met genot, het samentrekken van de spieren, maar ook een warm en ontspannen gevoel dat zich over je hele lijf kan uitspreiden. Tijdens en na een chemotherapie of bestraling kun je last hebben van orgasmeproblemen. Het kan lastiger zijn om een orgasme te krijgen of de ervaring is minder intens. Stress, angst en concentratieproblemen kunnen ook orgasmeproblemen veroorzaken.

Fase 5: de fase van herstel

Tijdens deze fase vloeit de opwinding langzaam weg en komt je lichaam tot rust. In deze fase kan een gevoel van bevrediging overheersen, maar ook van teleurstelling. Bijvoorbeeld wanneer de seksuele prestatie of beleving niet voldoet aan je/jullie verwachtingen.