Radiotherapie, hoe gaat dat?

Bestraling krijg je van een radiotherapeut (bestralingsarts). Je krijgt niet meteen tijdens het eerste bezoek al bestraling. Er zijn allerlei voorbereidingen nodig. De radiotherapeut of een gespecialiseerde laborant zullen je eerst uitleggen wat radiotherapie inhoud, hoe de behandeling in zijn werk gaat en wat de bijwerkingen zijn die je kunt verwachten. Voor iedere patiënt wordt een individueel bestralingsplan opgesteld. Vooraf wordt dan berekend hoeveel straling er nodig is, hoelang elke bestraling gaat duren en hoe vaak je bestraald wordt.

Vooraf wordt er een CT-scan gemaakt om te bekijken welk gebied er bestraald moet gaan worden. Ook kan de arts met deze scan berekenen hoeveel straling er nodig is. Het gebied dat bestraald moet worden heet het doelgebied. Het doelgebied wordt gemarkeerd in lijnen met speciale inkt (zilvernitraatinkt) en/of kleine tatoeagepuntjes. Langs deze lijnen zal je worden bestraald. Omdat de lijnen tijdens de hele behandeling zichtbaar zijn, kan de behandeling nauwkeuring op het doelgebied gericht worden.

Een bestraling duurt maar een paar minuten. Inclusief voorbereidingen komt dat neer op zo’n twintig minuten per keer. Je voelt, ziet en ruikt er niets van en het doet geen pijn. Het apparaat maakt alleen een zoemend geluid. Meestal wordt de plek vanuit verschillende invalshoeken bestraald en moet de apparatuur tussentijds opnieuw worden ingesteld. Je blijft al die tijd in dezelfde houding stilliggen. Je bent alleen in de bestralingsruimte en er is via een intercom en camera contact mogelijk met de radiotherapeutisch laborant. Na afloop van een bestraling kun je direct naar huis. Je bent niet radioactief. Ook blijft er geen straling in het lichaam achter.

Voor radiotherapie moet je een aantal weken achter elkaar elke dag naar het ziekenhuis om telkens enkele minuten bestraald te worden. Vooral dat dagelijkse reizen kan een beroep doen op je energie.

Bestraling