Protonentherapie bij borstkanker

Protonentherapie (bestraling met protonen) is een vorm van radiotherapie die geschikt is voor patiënten met verschillende vormen van kanker. Sinds januari 2019 kunnen in Nederland ook mensen met borstkanker met protonentherapie worden behandeld. Dit gebeurt in drie centra.

Wat is protonentherapie bij borstkanker?

De meeste mensen die bestraling nodig hebben, worden al heel goed behandeld met de ‘gewone’ radiotherapie met röntgenstralen (fotonen). Als het te bestralen gebied dichtbij een kwetsbaar orgaan zit, zoals het hart, kan protonentherapie bij een klein deel van de patiënten een optie zijn.

Protonen zijn geladen deeltjes en geven hun dosis vooral af in het te bestralen gebied. In tegenstelling tot bestraling met fotonen, komt er bij bestraling met protonen geen dosis in het gezonde weefsel terecht. Het gezonde weefsel wordt zo gespaard. Hierdoor is de kans op schade aan het hart kleiner.
Bij de meeste mensen die met fotonen worden bestraald, is de dosis in het hart al heel laag. Zij hebben dan ook geen voordeel van protonentherapie. Je kunt altijd met je eigen radiotherapeut overleggen of je voor protonentherapie in aanmerking komt. Beide vormen van radiotherapie zijn overigens even effectief.

Lees een interview met Stefan Both, de eerste hoogleraar protonentherapie van Nederland

Wie komt in aanmerking voor protonentherapie?

Als je door gewone bestraling met fotonen een relatief grote kans hebt op hartschade en protonentherapie dit risico flink kan verlagen, kom je in aanmerking voor protonentherapie. De zorgverzekeraar vergoedt in dit geval de behandeling. Je hebt hiervoor een verwijzing nodig van je eigen radiotherapeut.

Centra protonentherapie

In Nederland wordt in de volgende drie centra protonentherapie aangeboden:

Delft 

Groningen 

Maastricht 

Welke procedure moet worden gevolgd om protonentherapie te krijgen?

Eerst stelt de eigen, behandelend radiotherapeut een bestralingsplan op voor de traditionele radiotherapie (fotonenplan). Dit gebeurt op basis van een zogenaamde ‘plannings-CT-scan’. Dit bestralingsplan is afgestemd op de individuele patiënt. Als hieruit blijkt dat de patiënt bij de benodigde hoeveelheid röntgenstraling een relatief hoog risico op hartschade heeft, wordt contact gezocht met een protonencentrum. Het protonencentrum oordeelt vervolgens of iemand in aanmerking komt voor protonentherapie. De eigen radiotherapeut gaat vervolgens met de patiënt in gesprek om de voor- en nadelen van de twee behandelopties te bespreken en om te bekijken welke methode het beste bij iemand past.

Wordt protonentherapie vergoed?

Als je voor protonentherapie kiest, stap je vóór de start van de behandeling over naar het protonencentrum. De radiotherapeutische zorg in het centrum waar je tot dan toe werd behandeld, stopt dan. De verwijzing hoef je niet zelf te regelen. Als de reisafstand naar het protonencentrum groot is, bestaat er de mogelijkheid dichtbij dat protonencentrum te overnachten. Per 1 januari 2020 staat daar een vergoeding van de zorgverzekeraar tegenover. Tot die tijd wordt dat per individuele patiënt bekeken, waarbij de zorgverzekeraars hebben aangegeven in principe wel alvast een vergoeding te willen toekennen voor het verblijf.