PET-scan bij borstkanker

De meeste kankercellen hebben een verhoogde stofwisseling. Hierbij wordt veel suiker verbruikt. Met een PET-scan maakt de arts hier gebruik van. Hij dient een radioactieve stof toe die op dezelfde manier als suiker in cellen wordt opgenomen. Doordat kanker een verhoogde verbranding heeft, nemen vooral de kankercellen de radioactieve stof op. Zo kan de arts kankercellen zien. Een nadeel is dat ontstekingen en actieve spieren ook veel suiker opnemen. Deze zijn daardoor moeilijk van de tumor te onderscheiden.

Wanneer een PET-scan?

Een PET-scan wordt gedaan als de CT-scan, de MRI-scan of botscan de tumor of uitzaaiingen niet kan vinden, terwijl verder onderzoek wel op kanker wijst. Bovendien is een PET-scan in staat om aangedane lymfklieren beter op te sporen dan een echografie van de okselklieren. Daarnaast is de PET-scan een hulpmiddel om te bepalen in welk stadium de ziekte zich precies bevindt of om het behandeleffect te meten.

Voorbereiding

Als je een PET-scan moet ondergaan bespreekt je arts met je: je gewicht en lengte, welke medicatie je inneemt, of je diabetes hebt en of je zwanger bent of borstvoeding geeft. Je moet enige tijd voorafgaand aan een PET-scan tijdelijk stoppen met sport.

Je mag zes uur voor aanvang van het onderzoek niet meer eten. Koffie en thee mag, maar zonder suiker, melk of zoetjes. Ongeveer een uur voordat het onderzoek begint, moet je een liter vocht drinken. Daardoor zullen je nieren minder oplichten op de scan. Een volle blaas is niet nodig, je kunt gewoon plassen wanneer je wilt. Draag makkelijk zittende kleding zonder metalen knopen, ritsen etc.

Je wordt eerst naar een rustkamer gebracht waar je tot aan de scan blijft. In de rustkamer lig je op een bed of stoel, zodat je zo goed mogelijk kunt ontspannen. De medisch-nucleair werker meet nu je bloedglucosewaarden door een prikje in de vinger. Daarna zal de nucleair-geneeskundige glucose met een heel kleine hoeveelheid radioactieve stof injecteren via een infuus. Glucose (suiker) is de energiebron voor cellen. Naarmate ze zich sneller delen en actiever zijn, hebben ze meer energie nodig. Snel delende cellen en actieve zoals kankercellen nemen meer van de geïnjecteerde glucose op en zullen dus ook meer radioactiviteit uitstralen. Daardoor onderscheiden de snel delende cellen zich van normale cellen op een PET-scan.

Scan

Na de injectie moet je ongeveer een uur rust houden. Na de rusttijd moet je nog een keer goed plassen. Daarna ga je op je rug op de scantafel liggen, met je armen omhoog. Je krijgt nu instructies met betrekking tot de ademhaling. Dan word je met de tafel geleidelijk door het scanapparaat geschoven. De mensen die het apparaat bedienen, bevinden zich in een andere ruimte. Tijdens het onderzoek lig je dus alleen. De medisch nucleair werker kan je zien, en je kunt met hem praten via de intercom. Het scannen zelf neemt een half uur tot drie kwartier in beslag. Al die tijd moet je stil blijven liggen.

Het onderzoek is niet belastend. Je krijgt een injectie in een ader in je arm. Van het scannen zelf voel je niets. Lang stilliggen kan ongemakkelijk worden. Je moet tijdens een van de opnamen gedurende vijftien seconden je adem inhouden.

Niet gevaarlijk

De kleine hoeveelheid radioactieve stof die je toegediend krijgt, is ongevaarlijk en plas je binnen 24 uur uit. Wat meer drinken bespoedigt dit. Verdere speciale maatregelen zijn niet nodig. Voor volwassenen om je heen is de straling niet schadelijk. Het wordt wel afgeraden om op de dag van het onderzoek kleine kinderen op schoot te nemen. Als je borstvoeding geeft, moet je de melk de eerste 24 uur na het onderzoek afkolven en wegspoelen door het toilet.

Zwangerschap en borstvoeding

Een ongeboren kind is gevoelig voor de straling. Informeer dus altijd je arts als je zwanger bentof mogelijk zwanger bent. In overleg met de arts kun je de risico's van de straling afwegen tegen de noodzaak van het onderzoek. Ook als je borstvoeding geeft, moet je je arts hierover informeren.