Paclitaxel (Taxol®)

Paclitaxel is een chemotherapie uit de categorie taxanen. Het wordt gewonnen uit de taxusboom. Ook uit de naalden van de taxushaag (Taxus baccata) kan men de juiste stof halen om paclitaxel te produceren.

Voor wie?

Paclitaxel wordt toegediend:

  • Bij borstkanker met uitzaaiingen op afstand wordt paclitaxel gegeven als anthracycline bevattende chemotherapie niet werkt of niet gegeven kan worden;
  • Bij borstkanker met uitzaaiingen in de borstregio of uitzaaiingen op afstand wordt paclitaxel gegeven in combinatie met anthracycline bevattende chemotherapie, of in combinatie met trastuzumab (bij HER2-positief).
  • Als adjuvante behandeling: bij niet-uitgezaaide borstkanker wordt paclitaxel gegeven wanneer er positieve klieren gevonden zijn. Het wordt dan gegeven aansluitend op een behandeling met antracycline en cyclofosfamide (AC).

Hoe werkt paclitaxel?

Taxanen zoals paclitaxel verstoren de celstructuur waardoor celdeling niet meer goed plaatsvindt. Dit doet het medicijn door de aanmaak van ‘microtubuli’ te verstoren. In elke cel bevinden zich deze microtubuli, dit zijn kleine buisvormige structuren in de cel. Deze buisjes maken deel uit van het ‘geraamte’ van de cel en zijn belangrijk bij de celdeling. Paclitaxel verstoort de werking van deze microtubili door te verhinderen dat bestaande microtubili worden afgebroken. Daarnaast zorgt paclitaxel er voor dat er abnormale microtubuli structuren gemaakt worden. Hierdoor verstikt de cel als het ware in de aangemaakte microtubuli en kan hij zich niet meer delen.

Hoe wordt paclitaxel toegediend?

Paclitaxel wordt toegediend via een infuus in de ader.

In combinatie met

Paclitaxel kan toegediend worden in combinatie met andere medicijnen, of kan als monotherapie (dus zonder andere middelen).

Mogelijke bijwerkingen

Niet iedereen zal alle bijwerkingen ervaren. Hieronder zie je een lijstje van de meest voorkomende bijwerkingen.

  • misselijkheid en braken;
  • vermindering van het aantal witte bloedcellen;
  • vermindering van het aantal rode bloedcellen (anemie);
  • vermindering van het aantal bloedplaatjes;
  • pijnlijke plekken in de mond, problemen met slikken;
  • diarree;
  • haarverlies;
  • pijn in spieren en gewrichten (doet zich meestal voor enkele dagen na de toediening);
  • gevoelloosheid of tintelingen in handen en voeten;
  • veranderingen in de huid (uitslag, jeuk);
  • hoofdpijn;
  • allergische reacties (om deze reden worden preventief corticoïden toegediend);
  • vochtopstapeling.

Er zijn nog een aantal bijwerkingen die zich minder vaak voordoen, namelijk:

  • buikpijn;
  • lage bloeddruk;
  • hartritmestoornissen (verlaging van de hartslag);
  • tijdelijke veranderingen in de smaakzin (sommige voedingsmiddelen smaken anders dan normaal).