Operatie bij mannen met borstkanker

Borstamputatie

Meestal wordt de volledige borst verwijderd. Dit heet een borstamputatie. Dat wil zeggen dat het borstweefsel wordt weggenomen. De borstspier hoeft bijna nooit verwijderd te worden. De tepel mag blijven zitten als de tumor niet te dicht bij de tepel groeit. Na de borstamputatie kun je nog een aanvullende behandeling krijgen met hormonale therapie, bestraling en/of chemotherapie. Soms krijg je voor de operatie een behandeling met chemotherapie of hormonale therapie. Dat heet een neo-adjuvante behandeling

Borstsparende operatie

Een borstsparende operatie waarbij alleen de tumor plus omringend weefsel wordt verwijderd, lukt meestal niet. Bij mannen zit maar een kleine hoeveelheid weefsel onder de tepel. De borstkanker heeft zich meestal al daarheen verspreid. Verwijderen van al het borstweefsel is dan de enige mogelijkheid.  

Gevolgen van de operatie

Na de operatie kun je bijwerkingen hebben, zoals een nabloeding, infectie of littekenvorming. Je kunt pijn hebben, soms over de hele borstwand of een doof gevoel, dit wordt ook wel fantoompijn genoemd. Veel mensen zien er tegenop om naar de wond te kijken. Het kan daarom prettig zijn om de eerste keer samen met bijvoorbeeld je partner of de verpleegkundige naar de wond te kijken. De verpleegkundige kan dan zo nodig uitleggen wat je ziet.

Daarna mag je gaan douchen. In de dagen na de operatie zul je weer vrij snel jezelf kunnen verzorgen en vrij kunnen bewegen. Bewegen is goed voor het herstel.

Vochtophopingen

Wat ook voorkomt zijn vochtophopingen. Als de slangetjes die het wondvocht afvoeren zijn verwijderd en er ontstaat nieuw vocht, dan moet dat soms weggezogen worden met een holle naald. De slangetjes die wondvocht afvoeren worden ook wel drains genoemd.

Meestal verwijdert de arts de drain na 1 tot 5 dagen. Het gebeurt regelmatig dat het wondvocht zich dan toch nog ophoopt. Als je hier last van hebt kan de mammacareverpleegkundige het vocht met een injectienaald opzuigen. Deze eenvoudige ingreep is meestal niet pijnlijk.

Wondpijn

Zeker de eerste weken kan de wond pijn doen en trekken. De huid rond de wond kan wat verkleurd zijn. En soms is het littekengebied wat gezwollen. Deze verschijnselen worden steeds minder als de wond geneest.

Doof gevoel en zenuwpijn

Vaak worden ook gevoelszenuwen doorgesneden. Dit kan een doof gevoelgeven aan de binnenkant van de arm. Bij de meeste patiënten komt het gevoel in het wondgebied na een tijd weer terug. Het doorsnijden van gevoelszenuwen kan ook leiden tot een nare pijn: zenuwpijn. Deze pijn reageert meestal niet op gewone pijnstillers, maar wel op speciale medicatie en andere behandelingen. Als je hier last van hebt, bespreek dit dan met je arts of verpleegkundige.