Ongeboren kind loopt weinig risico door kankerbehandeling moeder

vrijdag, 15 februari 2019

Het zal je maar overkomen: borstkanker krijgen tijdens je zwangerschap. Toch is er hoopvol nieuws. Het behandelen van kanker is minder schadelijk voor een ongeboren baby dan eerder werd gedacht. Voor moeder én kind is het vaak beter om niet tot na de bevalling te wachten met opereren of chemokuren.

Dit blijkt uit onderzoek van het Amsterdam UMC, het Antoni van Leeuwenhoek en het internationale netwerk voor kanker, onvruchtbaarheid en zwangerschap (INCIP) naar ongeveer 1200 zwangere vrouwen die tussen 1996 en 2016 kanker kregen. Gynaecoloog in opleiding Jorine de Haan, promoveerde op 14 februari op dit onderzoek. “Goed wetenschappelijk onderzoek naar kanker tijdens de zwangerschap is schaars, omdat het een zeldzaam probleem is,” aldus de promovenda. “Door internationale samenwerking waren we in staat om gegevens van bijna 1200 zwangere vrouwen met kanker van de afgelopen twintig jaar te bekijken.”

Kanker bij vrouwen die zwanger zijn komt relatief weinig voor: 1 op de 1000 zwangere vrouwen treft het. In Nederland krijgen jaarlijks tussen de 170 en 350 zwangere vrouwen kanker. Terwijl het aantal vrouwen dat tijdens hun zwangerschap behandeld worden met chemotherapie stijgt, worden er steeds meer levende baby’s geboren. Bovendien zijn de overlevingskansen van de moeders die geopereerd worden, chemo en/of bestraling krijgen groter.

Toch brengt de behandeling van kanker tijdens de zwangerschap ook risico’s met zich mee. Zo heeft een vrouw na chemotherapie tijdens de zwangerschap een grotere kans dat haar baby een te laag geboortegewicht heeft of op de intensive care voor pasgeborenen terecht komt. 

Meer lezen? Bekijk het nieuws van Amsterdam UMC >