Momenten dat seksuele problemen kunnen ontstaan

Veranderingen en problemen op seksueel gebied kunnen op verschillende momenten voorkomen: op het moment van de diagnose, tijdens de behandeling en na de behandeling. Dit kan direct na afloop zijn, maar ook jaren erna.

De onderstaande opsomming is een overzicht van veelvoorkomende veranderingen en problemen op seksueel gebied bij en na borstkanker. Je kunt hiermee te maken krijgen, maar dat hoeft uiteraard niet.

Op het moment van de diagnose

Borstkanker komt opeens in je leven, volkomen onverwacht. Na dat bericht verandert er veel en snel. Je gezondheid, je toekomstbeeld en soms ook de relatie met je partner. Gevoelens van angst en machteloosheid kunnen zorgen voor spanningen binnen je relatie. Omdat je elkaar niet overstuur of bang wilt maken, communiceer je soms minder of anders met elkaar. 

Na het horen van de boodschap borstkanker kun je minder behoefte hebben aan seks. Dit kan komen doordat je zelfbeeld verandert. Bijvoorbeeld: van een gezonde vrouw, naar iemand die ernstig ziek is. Sommige vrouwen associëren hun borsten na de diagnose met iets dat ziek en levensbedreigend is. En niet meer met iets dat mooi, aantrekkelijk en vrouwelijk is. De manier waarop je jezelf (als seksuele partner) ziet, beïnvloedt je seksleven.  

In deze onzekere periode neemt de behoefte aan intimiteit overigens vaak toe. Steun, vriendschap en dichtbij de ander zijn, zijn dan belangrijk.

Tijdens de behandeling

Na de diagnose volgen allerlei onderzoeken, daarna verschillende behandelingen. In deze eerste periode word je regelmatig onderzocht en door vreemden aangeraakt. Je kunt het gevoel krijgen dat je lichaam niet meer van ‘jou’ is en/of een vijand is die met alle middelen moet worden bestreden. De gedachte dat je plezier aan je lichaam kunt beleven, kan op de achtergrond raken. Het is niet zo vreemd als je in deze periode minder seksuele gevoelens hebt.   

Het blijkt overigens dat vooral de borstkankerbehandelingen zorgen voor veranderingen en mogelijke klachten op seksueel gebied. Hieronder een opsomming van veelvoorkomende veranderingen die kunnen ontstaan als gevolg van de behandelingen zoals

Operatie (chirurgie)

De borsten zijn voor veel vrouwen nauw verbonden met erotiek en vrouwelijkheid: ze zijn een intieme en erogene zone. Een operatie kan hierin verandering brengen. Bijvoorbeeld doordat er een borst is verwijderd. Of doordat er een litteken ontstaat en/of asymmetrie: een verschil tussen de borsten in grootte, vorm en/of kleur. Een minder of ander gevoel in de borst en/of tepel kan ook optreden. Deze veranderingen kunnen je seksuele leven (negatief) beïnvloeden. Bijvoorbeeld doordat je te maken krijgt met: 

  • angst voor aanraking van het geopereerde gebied: de (nieuwe) borst, het litteken
  • een minder of pijnlijk gevoel bij aanraking van de borst 
  • gevoel van minder vrouw-zijn
  • gevoelsveranderingen van de borst en/of tepel waardoor je minder of niet opgewonden raakt
  • minder hard worden van tepel bij opwinding
  • minder zin in vrijen
  • veranderd lichaamsbeeld 

Bestraling (radiotherapie)

Het doel van radiotherapie is het plaatselijk doden van de kankercellen terwijl de gezonde cellen zo veel mogelijk blijven gespaard. De straling beschadigt het DNA in de cel. Kankercellen kunnen over het algemeen minder goed van deze schade herstellen dan gezonde cellen. Bij borstkanker wordt radiotherapie meestal gegeven in combinatie met andere behandelingen zoals een operatie en chemotherapie.

Bestraling van de borst(en) of de directe omgeving kan leiden tot vermoeidheid en huidirritaties. Als bestraling plaatsvindt na een borstsparende operatie, kan de borst gezwollen raken door vochtophoping. Ook kan de borst zelf en de overliggende huid lange tijd gevoelig blijven of pijnlijk zijn. Lymfoedeem in de arm of de borstwand kan ontstaan door bestraling van de oksel, met name na een okselkliertoilet. Wanneer de longen in het bestralingsgebied hebben gelegen, kan dit soms leiden tot (tijdelijke) droge hoest en kortademigheid.

Deze veranderingen kunnen je seksuele leven (negatief) beïnvloeden, bijvoorbeeld doordat je te maken krijgt met: 

  • een verminderd of pijnlijk gevoel bij aanraking van de borst 
  • het minder hard worden van de tepel bij opwinding
  • gevoelsveranderingen van de borst en/of tepel waardoor je minder of niet opgewonden raakt 
  • lymfoedeem, waardoor je tijdens het vrijen wordt gehinderd vanwege het niet vrij kunnen bewegen van de arm en schouder
  • lymfoedeem, waardoor je tijdens het vrijen wordt gehinderd vanwege pijn in de arm en schouder
  • vermoeidheid en (angst voor) benauwdheid waardoor je minder zin hebt in seks 

Chemotherapie

Chemotherapie is een behandeling met medicijnen (cytostatica) die de celdeling remmen of cellen doden. Chemotherapie doodt met name de snel delende cellen, zoals kankercellen. Maar ook gezonde cellen worden door chemotherapie beschadigd. Chemotherapie werkt door het hele lichaam.

Afhankelijk van het soort middel kan chemotherapie leiden tot haaruitval,zenuwbeschadiging en vermoeidheid. Ook kunnen slijmvliezen en de vaginawand dunner worden. Door chemotherapie maakt je lichaam minder mannelijke en vrouwelijke hormonen aan. De eierstokken raken in een ruststaat en – in de meeste gevallen – stopt de menstruele cyclus. Je raakt daardoor vervroegd in de overgang en je wordt tijdelijk of blijvend onvruchtbaar. Deze veranderingen kunnen je seksuele leven (negatief) beïnvloeden, bijvoorbeeld doordat je te maken krijgt met:

  • een aantasting van de vruchtbaarheid
  • een droge vagina en/of pijn tijdens gemeenschap
  • een grotere kans op (vaginale) infecties door aantasting van de vaginawand. Dit kan leiden tot klachten zoals jeuk, afscheiding en een branderig gevoel tijdens het vrijen
  • een verminderd libido: minder zin in seks door verstoring van geslachtshormonen, vermoeidheid en kaalheid
  • een vervroegde overgang waardoor overgangsklachten ontstaan zoals stemmingswisselingen en opvliegers
  • zenuwbeschadiging waardoor strelen of gestreeld worden minder prettig is 
  • zenuwbeschadiging waardoor je minder of niet opgewonden raakt (orgasmeproblemen)

Van verschillende chemotherapiemiddelen (cytostatica) is bekend dat ze veranderingen op seksueel gebied veroorzaken. Dit geldt onder andere voorcyclofosfamide en docetaxel. Ook cytostatica als melfalan, paclitaxel, vinblastine, vincristine en vindesine kunnen leiden tot veranderingen op het seksuele vlak. Deze middelen worden gebruikt bij uitgezaaide borstkanker

Hoge dosis chemotherapie en stamceltransplantatie

In zeldzame gevallen wordt borstkanker behandeld met een zeer hoge dosis chemotherapie. Dit gebeurt in studieverband. De hoge dosis chemotherapie volgt dan op een gewone chemotherapie. Vervolgens vindt een zogenaamde autologe stamceltransplantatie plaats. 

Een autologe stamceltransplantatie helpt bij het herstel na deze intensieve chemotherapie. Bij een autologe stamceltransplantatie worden voor de chemokuur stamcellen uit het bloed van de patiënt gefilterd en ingevroren. Na de chemokuur worden de stamcellen teruggegeven zodat het beenmerg zich sneller herstelt. Door de chemotherapie sterven immers niet alleen kankercellen, maar ook gezonde cellen, zoals die van het beenmerg. Beenmerg is onmisbaar voor het afweersysteem.

Deze behandelingen kunnen leiden tot verschillende veranderingen. De veranderingen kunnen je seksuele leven (negatief) beïnvloeden, bijvoorbeeld doordat je te maken krijgt met:

  • droge slijmvliezen in de vagina waardoor vrijen pijn kan doen
  • een aantasting van de vruchtbaarheid. Bij deze chemotherapie is de kans op een spontane zwangerschap na behandeling zeer klein
  • een verminderd libido: minder zin in seks door verstoring van geslachtshormonen
  • een vervroegde overgang waardoor overgangsklachten ontstaan zoals stemmingswisselingen en opvliegers 

Hormoontherapie

Hormoontherapie heet officieel antihormonale therapie. Je krijgt namelijk geen hormonen toegediend, maar een behandeling die het hormoonpeil in je lichaam juist verlaagt, of die de werking van de eigen hormonen vermindert. Hormoontherapie beïnvloedt dus je hormoonhuishouding. Je raakt vervroegd in de overgang. Dit kan zowel tijdelijk als blijvend zijn. Ook kunnen slijmvliezen en de vaginawand dunner worden. Deze veranderingen kunnen je seksuele leven (negatief) beïnvloeden, bijvoorbeeld doordat je te maken krijgt met:

  • een aantasting van de vruchtbaarheid. Door hormoontherapie kun je verminderd vruchtbaar zijn, of tijdelijk of blijvend onvruchtbaar
  • een vervroegde overgang waardoor overgangsklachten ontstaan zoals stemmingswisselingen en opvliegers
  • droge slijmvliezen in de vagina waardoor pijn bij het vrijen optreedt
  • gewrichtspijn waardoor je je niet vrij kunt bewegen en/of bewegen pijn doet
  • verstoring van geslachtshormonen waardoor je minder zin hebt in seks (verminderd libido) en minder of niet opgewonden raakt (orgasmeproblemen) 
  • vaginale bloedingen
  • zenuwbeschadiging waardoor strelen of gestreeld worden minder prettig is

Van verschillende middelen is bekend dat ze veranderingen op seksueel gebied veroorzaken. Dit geldt onder andere voor anastrozol, busereline, gosereline, fulvestrant, tamoxifen en triptoreline.  

Immunotherapie (doelgerichte therapie)

Ons afweersysteem, oftewel immuunsysteem, zorgt ervoor dat indringers zoals bacteriën en virussen onschadelijk worden gemaakt. Immunotherapiemaakt gebruikt van het immuunsysteem. Bij de behandeling wordt het natuurlijke afweerweersysteem van het lichaam versterkt en gemanipuleerd om borstkanker te bestrijden. Immunotherapie kan verschillende bijwerkingen veroorzaken. Je kunt onder andere last krijgen van diarree, misselijkheid, huiduitslag en vermoeidheid. Deze bijwerkingen kunnen ervoor zorgen dat je minder zin hebt in seks. 

Na de behandeling

Als de behandelingen zijn afgelopen, keert de rust langzaam terug. De meeste klachten van bloeding, zwelling en infectie nemen dan af. In deze periode neemt de behoefte aan seks toe. Dit gebeurt geleidelijk. Soms duurt het maanden voordat je ‘zin in’ weer is zoals vroeger. 

Sommige veranderingen zijn van langere duur of onomkeerbaar. Hierdoor kunnen klachten lang(er) aanhouden. Vrouwen kunnen bijvoorbeeld moeite hebben met hun lichaam dat is veranderd. Ze vinden zichzelf onaantrekkelijk, schamen zich voor het litteken en voelen zich soms minder ‘vrouw’. Door de behandelingen kun je ook langere tijd last houden van vermoeidheid. Je zin om te vrijen kan daarnaast ook wegblijven door bijwerkingen van hormoontherapie. 

Opgewonden raken kan soms lastig zijn. Door chemotherapie en hormoonbehandelingen kun je vervroegd in de overgang komen. Dit kan vaginale droogte veroorzaken waardoor het vrijen niet meer lukt zoals voorheen of pijn doet. Door chemotherapie kan ook je centrale zenuwstelsel schade oplopen. Dit maakt het krijgen van een orgasme moeilijker of de ervaring minder intens. Hetzelfde geldt voor de veranderde hormoonhuishouding en gevoeligheid van je borst(en) en/of tepels. Je kunt daardoor minder snel opgewonden raken. Stress, angst en concentratieproblemen kunnen daarnaast leiden tot orgasmeproblemen.

Het aanhouden van klachten na de behandeling

Chemotherapie neemt meestal een aantal maanden in beslag terwijl een hormonale behandeling meestal jaren duurt. Een behandelingsduur van vijf tot tien jaar komt vaak voor bij hormoontherapie. Zolang je onder behandeling bent, kunnen bijwerkingen van de behandelingen je seksuele leven beïnvloeden. De bijwerkingen en de effecten ervan kunnen tot enkele maanden aanhouden na afloop van de behandelingen. Sommige bijwerkingen kunnen echter zorgen voor veranderingen die van lange(re) duur of onomkeerbaar zijn. Hierdoor kun je lang of blijvend te maken hebben met veranderingen die je seksuele leven beïnvloeden. 

In de overgang raken is een van de bijwerkingen die lang of blijvend je seksuele leven kan beïnvloeden. Chemotherapie en/of hormoontherapie zorgen ervoor dat je vervroegd in de overgang raakt. Dit kan tijdelijk zijn, maar ook permanent. Dit hangt af van verschillende factoren. Onder andere van:

  • je leeftijd
  • de soort behandeling (geneesmiddelen) en de duur ervan 
  • eerdere behandelingen
  • je vruchtbaarheid voorafgaand aan de behandeling

De rol van je partner bij het ontstaan van seksuele problemen

De ziekte en de behandelingen die jij ondergaat, hebben impact op het leven van je partner. Ook je partner moet zich – net als jij - aanpassen aan alle veranderingen. Je partners seksleven verandert evengoed. Hoe je partner reageert op veranderingen heeft ook weer invloed op jou, op jullie relatie en op jullie seksleven. De reactie van je partner kan ondersteunend, maar ook ondermijnend zijn. Bijvoorbeeld als je partner negatief reageert op je nieuwe uiterlijk. 

Het blijkt dat praten over veranderingen helpt bij het voorkomen van seksuele problemen. Praten zorgt voor begrip en voorkomt misverstanden. In ‘Hoe kun je seksuele problemen voorkomen?’ vind je tips om het onderwerp seksualiteit met je arts, partner en gezin te bespreken. 

Veranderingen en eventuele seksuele problemen door preventieve operatie

Sommige vrouwen hebben meer kans op borst- en eierstokkanker dan andere vrouwen. Dit is onder andere het geval als zij drager zijn van een zogenaamde BRCA1 of BRCA2 genmutatie: een aangeboren fout in het DNA, geërfd van een van de ouders. Er is dan sprake van een erfelijke aanleg voor borst- en eierstokkanker.

Het preventief verwijderen van borsten, eierstokken en eileiders, verlaagt de kans op borstkanker en eierstokkanker. Deze preventieve operaties kunnen zorgen voor veranderingen waardoor mogelijk seksuele problemen ontstaan. Na een borstoperatie kun je bijvoorbeeld last hebben van een minder of pijnlijk gevoel van de borst en/of tepel als die worden aangeraakt. Deze en andere veranderingen staan beschreven bij operatie.
Het kan zijn dat je na een preventieve borstoperatie (langer) tijd nodig hebt om je weer prettig te voelen in je lichaam. Sommige vrouwen voelen zich (tijdelijk) onaantrekkelijk en minder vrouwelijk. Hun lichaam voelt (nog) niet vertrouwd. Hierdoor kunnen seksuele gevoelens (tijdelijk) afnemen. Het kan even duren voordat de zin in vrijen terugkeert. 

Als je hebt gekozen voor een preventieve eierstokoperatie, kom je na de operatie meteen in de overgang. Dit heeft naast opvliegers en stemmingswisselingen meestal ook een droge vagina en minder zin in seks tot gevolg. Je bent blijvend onvruchtbaar. Deze overgangsklachten worden bij een plotselinge overgang vaak als intenser en hinderlijker ervaren, dan bij een normale, natuurlijke overgang. 

Meer informatie over erfelijke borst- en eierstokkanker vind je op de websitewww.brca.nl. Dit is een website van de programmacommissie erfelijkheid, een onderdeel van Borstkankervereniging Nederland (BVN).

Goed om te weten

Verdiep je op tijd in behandelingen om vruchtbaarheid te behouden

Ook als je nog helemaal niet met kinderen bezig bent, is het goed als je aandacht besteedt aan het onderwerp ‘vruchtbaarheid’. Je kinderwens kan op termijn veranderen. Het is goed om te weten wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn op het gebied van vruchtbaarheid. Bespreek het onderwerp met je behandelend arts en/of gynaecologisch oncoloog. Doe dit voordat je begint aan de borstkankerbehandeling. Eventuele behandelingen om je vruchtbaarheid te behouden (fertiliteitspreservatie) moeten plaatsvinden voor aanvang van de borstkankerbehandeling.

Anticonceptie tijdens en na de behandeling

Chemotherapie, hormoontherapie en immunotherapie kunnen het ongeboren kind schaden. Het wordt daarom afgeraden om tijdens de behandeling(en) en een tijd daarna, zwanger te worden. Gebruik een voorbehoedsmiddel in deze periode. Overleg met je arts welk voorbehoedsmiddel voor jou het meest geschikt is. In zijn algemeenheid geldt: het is niet verstandig om anticonceptie met hormonen te gebruiken als je borstkanker hebt (gehad). Door de hormonen kan de tumor namelijk groeien of terugkomen. Het koperspiraaltje en condooms zijn een goed alternatief.

Goed om te weten: als de menstruatie tijdens de behandelingen uitblijft, kun je nog wel zwanger raken.