Blog over scheiden ten tijden van ongeneeslijk ziek zijn

Anoniem

Niemand heeft me er ooit voor gewaarschuwd dat het risico op echtscheiding hoger is in een huwelijk waarvan één van de twee partners kanker krijgt. Ik dacht juist veiliger dan ooit te zijn, toen ik ongeneeslijk ziek werd. Je laat je zieke vrouw immers niet in de steek, toch? Maar dat gebeurt kennelijk juist wel. In ‘zieke’ gezinnen dus zelfs structureel vaker dan in andere families. Helemaal wanneer ook seksualiteit in het gedrang komt. Ik vind het daarom belangrijk om dit te delen.

Want mijn relatie is voorbij.

De eerste ‘feestdagen’ na de scheiding zitten erop. Gelukkig maar, want ik vond het erg zwaar. Hoe anders dan alle andere jaren is de aanloop naar deze kerst immers geweest; niet samen de dozen van zolder, niet samen het huis in kerstsfeer brengen, geen herinneringen ophalen, geen walgelijke kerstplaten opzetten, niet uitkijken naar een kerstmaal met elkaar.

Weten dat er ook in het nieuwe jaar niemand op me staat te wachten om samen van mooie dingen te genieten, is ontmoedigend. En dat er niemand speciaals zal zijn wanneer ik uiteindelijk het leven los zal laten. Ik had de laatste jaren namelijk juist getroost gehaald uit ‘we waren misschien niet perfect, maar we hebben het toch maar gered’. Nu wacht ik tot mijn verdriet over is en vraag ik me af of ik het los zou kunnen laten voor ik doodga. Zonder antwoorden op mijn waaroms, want reactie daarop blijft uit.

Ik kom maar niet los van de stilte die oorverdovend is, zo kort na de scheiding. En zodra ik dan stil val, ervaar ik vooral verlies. Dat geploeter zou ik graag achter me willen laten, dus neem ik steeds maar weer het heft in eigen hand en roetsch ik in gedachten een stukje naar beneden, van een prachtige berg, en geniet van die momenten: even geen worsteling. Ik weet namelijk heel goed hoe ik voor mezelf kan zorgen. Maar onherroepelijk volgt dan toch weer de zware weg terug omhoog.

Iemand die voor mij zorgt, mij af en toe een stukje draagt; daar kan ik op zulke momenten immens naar verlangen. Naar een arm om mijn schouder, naar iemand die me zegt: ‘ook dit doorstaan we samen wel’. En hoeveel fijner zou het zijn geweest wanneer ik deze weg niet alleen hoefde af te leggen. Ik vind serieus dat het niet zou moeten kunnen, dat wat ik heb meegemaakt. Alleen schiet ik niks op met die gedachte. En de waarheid is nou eenmaal ook anders. Het gebeurt heel vaak. Mijn situatie is wat dat betreft gewoon heel gewoon.

Wat was ik graag wat meer bijzonder geweest.