Medicijnen die de hormoonwerking remmen (anti-oestrogenen)

Het gaat hierbij om medicijnen die niet de oestrogeenproductie zelf onderdrukken maar voorkomen dat aanwezige oestrogenen de tumorcellen bereiken. Dit kan ofwel door de oestrogeenreceptoren te vernietigen (zoals Fulvestrant®), ofwel door zich aan die receptoren te binden zodat oestrogenen dat niet meer kunnen doen (zoals Tamoxifen).

Tamoxifen

Tamoxifen is al jarenlang een gangbaar middel bij hormoontherapie. In sommige andere landen wordt het preventief gebruikt door vrouwen met een verhoogd risico op borstkanker.

Tamoxifen is een anti-oestrogeen of ‘receptor-blocker’. Het is niet gericht op het onderdrukken van de hormoonproductie, maar bezet de oestrogeenreceptoren en voorkomt zo dat oestrogenen de tumorcellen bereiken. Tamoxifen wordt zowel vóór als ná de overgang gegeven, als (neo-)adjuvante (aanvullende) behandeling en bij uitzaaiingen. Tamoxifen is alleen effectief bij hormoonpositieve tumoren.

Tamoxifen vermindert bij hormoonpositieve tumoren het risico op terugkeer van borstkanker met veertig tot vijftig procent bij premenopauzaal gebruik en met dertig tot vijftig procent bij postmenopauzaal gebruik. Het risico op een nieuwe kanker in de andere borst wordt met ongeveer vijftig procent verkleind. Ook is tamoxifen effectief in het doen slinken van een ER-positieve borsttumor en wordt om die reden vaak neo-adjuvant (voorafgaand aan operatie of bestraling) gegeven. Tamoxifen wordt ook palliatief gebruikt omdat het de groei van uitzaaiingen vertraagt.

Omdat tamoxifen de oestrogeenproductie niet onderdrukt, kun je nog steeds zwanger worden. Vrouwen vóór de overgang moeten daarom anticonceptiemiddelen blijven gebruiken. Omdat de pil niet is toegestaan, kun je condooms of - in overleg met je arts - het Mirena®-spiraal gebruiken. Tamoxifen neem je eenmaal per dag in, in tabletvorm. Er kunnen bijwerkingen optreden, maar dat is niet altijd het geval.

Fulvestrant

Fulvestrant (merknaam Faslodex®) werkt op borstkankercellen, maar ook in andere organen. Ze hechten zich aan de oestrogeenreceptoren en veranderen hun vorm. Hierdoor kunnen oestrogenen er niet meer aan binden. Het wordt alleen gebruikt bij vrouwen na de overgang bij wie de borstkanker is teruggekomen na eerdere behandeling met andere anti-hormonale medicijnen zoals tamoxifen. Fulvestrant werkt alleen bij hormoongevoelige tumoren. De arts of verpleegkundige geeft het als injectie, vaak in de bilspier. Het doseringsadvies is maandelijks 500 mg (twee injecties) en 14 dagen na de eerste injectie een extra toediening van 500 mg. Faslodex wordt over het algemeen goed verdragen. Er zijn enkele bijwerkingen mogelijk.