Angiogenese-remmers

Een tumor groter dan twee tot drie mm heeft zijn eigen bloedvaten nodig, omdat de al aanwezige bloedvaten dan niet meer voldoende voedingstoffen en zuurstof kunnen leveren aan de tumor. Nieuwe bloedvaten kunnen uit al bestaande bloedvaten groeien, via een proces dat angiogenese heet. Angiogenese is essentieel voor de algemene groei en ontwikkeling van een kind, en bij volwassenen speelt het een rol bij wondgenezing en de menstruele cyclus. En dus ook bij kanker, omdat ook een tumor zuurstof en voedingsstoffen nodig heeft om te kunnen groeien en overleven. Om nieuwe bloedvaten te maken, scheidt de tumor groeifactoren uit die de groei van bloedvaten stimuleren.

Door het ontstaan van die nieuwe bloedvaten te remmen, krijgt de tumor minder zuurstof en voedingsstoffen en kan de groei van tumoren geremd worden. Om dat te bereiken kunnen angiogeneseremmers worden toegediend. Deze middelen remmen het ontstaan van nieuwe bloedvaten. Er kan op twee manieren worden ingegrepen bij de groei van bloedvaten:

  • Middelen die de groeifactoren wegvangen uit de bloedbaan, zodat de bloedvaten niet meer gestimuleerd worden om te groeien. (voorbeeld: bevacizumab (Avastin®), geregistreerd voor borst-, darm-, ovarium-, long- en niercelkanker)
  • Middelen die de signaaloverdracht remmen waardoor de groeifacotren het groeisignaal niet meer door kunnen geven aan de bloedvaten (voorbeeld: sorafenib (Nexavar®) en sunitinib (Sutent®) beiden voor niercelkanker).

Het gebruik van angiogeneseremmers gebeurt vaak in combinatie (gelijktijdig) met chemotherapie. Dit verhoogt de kans op respons van de therapie en kan de tumor langer onder controle houden..