Hormoontherapie bij mannen met borstkanker

Hormonale therapie is eigenlijk een antihormoon therapie. Je krijgt namelijk medicijnen die de aanmaak van bepaalde hormonen beperkt. Of hun invloed vermindert. De behandeling heeft daarom alleen nut bij hormoongevoelige tumoren. Hormonen zijn stoffen die ons lichaam zelf maakt. Zij geven ‘signalen’ af. Hiermee beïnvloeden ze organen of processen in ons lichaam. Bij hormoongevoelige tumoren zorgen hormonen er bijvoorbeeld voor dat de tumorcellen vaker delen. Hierdoor groeit de tumor. Hormonale therapie blokkeert of remt de werking van deze hormonen. Hierdoor stopt de groei van de tumor. Of krimpt hij. De medicijnen verspreiden zich via het bloed door uw lichaam. Ze kunnen op bijna alle plaatsen kankercellen bereiken.

Hormonale therapie werkt alleen als de borstkanker groeit onder invloed van de hormonen. Bij 90% van de mannen met borstkanker is dat het geval. Er zijn nog maar weinig studies gedaan naar behandeling met hormonale therapie bij mannen met borstkanker. Daarom worden mannen met hormoongevoelige borstkanker op een vergelijkbare manier behandeld als vrouwen met een borsttumor.

Wanneer hormonale therapie?

Hormonale therapie wordt in 3 situaties toegepast: 

  • neo-adjuvant: voorafgaand aan operatie en eventuele bestraling van een hormoongevoelige tumor. Doel is de tumor kleiner te maken, zodat minder weefsel hoeft te worden weggenomen en bestraald.
  • adjuvant: na operatie en eventuele bestraling van de tumor. Doel is achtergebleven tumorcellen of micro-uitzaaiingen die er misschien zijn te bestrijden en te helpen voorkomen dat de kanker terugkeert.
  • palliatief: om uitzaaiingen te doen slinken en hun groei en verspreiding te remmen

Tumor zonder uitzaaiingen

Heb je geen uitzaaiingen, dan wordt hormoontherapie (vaak gecombineerd met chemotherapie) gegeven. Een (adjuvante) hormonale behandeling duurt meestal 5 jaar. De behandeling wordt meestal gegeven na operatie, chemotherapie en bestraling. 

Soms vindt hormonale therapie plaats vóór de operatie om de tumor te verkleinen. Dit heet neo-adjuvante hormonale therapie. De keuze van de behandeling hangt af van de uitgebreidheid en hormoongevoeligheid van de tumor, de leeftijd en de te verwachten bijwerkingen.

Terugkerende tumor (recidief)

Komt een hormoongevoelige tumor terug, dan is een tweede kuur mogelijk. De volgende factoren zijn bepalend voor de vraag of een tweede kuur zinvol is:

  • hormoongevoeligheid van de oorspronkelijke borstkanker
  • plaats van de uitzaaiingen
  • snelheid waarmee de tumor groeit of zich uitzaait
  • tijd tussen de eerste behandeling en de terugkeer van de kanker
  • leeftijd en algehele conditie

Palliatieve hormonale therapie

Als je uitzaaiingen hebt dan wordt hormoontherapie palliatief gegeven. De therapie is dan gericht op het verminderen van klachten, een goede kwaliteit van leven en levensverlenging. De therapie kan hormoongevoelige uitzaaiingen in lever, longen of botten onderdrukken.

Hoe werkt hormonale therapie?

Oestrogeen remmen

Vaak wordt in eerste instantie voor het medicijn tamoxifen gekozen. Dit is een anti-oestrogeen. Het zorgt ervoor dat de borstkankercellen niet meer gestimuleerd kunnen worden door oestrogeen en daardoor niet meer kunnen groeien.

Testosteron remmen

Ook kunnen mannen LHRH-agonisten krijgen. Injecties met LHRH-agonisten verminderen de aanmaak van testosteron in de zaadballen. Niet alleen vrouwelijke hormonen als oestrogeen en progesteron kunnen de groei van de borsttumor stimuleren, ook het mannelijke geslachtshormoon testosteron kan dat.

Hormonen vanuit de hersenen zetten de zaadballen aan tot de productie van testosteron. LHRH-agonisten zorgen ervoor dat de productie van testosteron sterk afneemt. De eerste dagen na de injectie maakt het lichaam juist meer testosteron aan. Dit komt doordat de LHRH-agonisten het hormoonsysteem eerst overstimuleren. Na ongeveer twee weken raakt het hormoonsysteem uitgeput.

Voorbeelden zijn van LHRH-analogen zijn busereline (Suprefact®), leuproreline (Lucrin®) en gosereline (Zoladex®). Injecties met LHRH-agonisten krijgt u ieder maand of elke 3 of 6 maanden. Het is een vorm van chemische castratie.

Een alternatief voor LHRH-agonisten is een lichamelijke castratie: een operatie van de zaadballen. De arts verwijdert het weefsel uit beide zaadballen dat testosteron produceert. De bijballen en het vlies om de zaadballen blijven meestal zitten. Tijdens de operatie kunnen de vliezen gevuld worden met bloed. Het bloed zal ‘indikken’ en daarna als een vaste massa aanvoelen. Hierdoor voelt alles nog redelijk hetzelfde als voor de operatie. U krijgt meestal een plaatselijke verdoving met een ruggenprik.

Castratie is in medisch opzicht geen grote ingreep, maar kan emotioneel erg zwaar voor u zijn. Het voordeel van een operatie is dat de behandeling eenmalig is. Toch kiezen de meeste mannen voor behandeling met LHRH-agonisten.

De medische term voor deze operatie is een bilaterale orchidectomie. Bilateraal wil zeggen ‘aan 2 kanten’, dus beide zaadballen.

Aromataseremmers niet voor mannen

Anders dan vrouwen met hormoongevoelige borstkanker kunnen mannen niet behandeld worden met aromataseremmers. Deze medicijnen blokkeren het enzym aromatase, dat androgenen zoals testosteron omzet in oestrogeen. Medicijnen als anastrozol, letrozol of exemestaan zijn aromataseremmers: ze zorgen er op deze manier voor dat er minder oestrogeen wordt aangemaakt.

Bij mannen is 20% van de aanmaak van oestrogeen niet afhankelijk van het enzym aromatase. Daarom hebben deze medicijnen bij mannen met borstkanker te weinig effect.

Meerdere hormonale therapieën achter elkaar

Als er sprake is van uitzaaiingen, worden diverse soorten hormonale therapie achter elkaar gegeven. Zodra blijkt dat de borstkanker niet of niet meer reageert op de behandeling, wordt een andere hormoonbehandeling geprobeerd. Er zijn maar heel weinig onderzoeken gedaan naar de juiste behandeling voor mannen met borstkanker. Tot nog toe wordt de behandeling dus afgeleid van die van vrouwen. 

Bijwerkingen hormonale therapie bij mannen

In het algemeen heeft hormonale therapie voor borstkanker bij mannen de volgende bijwerkingen:

  • minder zin in seks
  • erectieproblemen
  • gewichtstoename
  • somberheid en depressie
  • afname van lichaamsbeharing
  • afname van spierkracht
  • gewrichtsklachten
  • hoofdpijn
  • vermoeidheid
  • oogklachten
  • onvruchtbaarheid (het is mogelijk dat je van hormonale therapie onvruchtbaar wordt. Hoe groot de kans hierop is hangt onder andere af van de soort behandeling, je leeftijd en eventuele eerdere behandelingen)

LHRH-agonisten remmen niet alleen de aanmaak van oestrogeen, maar ook van het mannelijk geslachtshormoon testosteron. Daarom kun je ook klachten op seksueel gebied ervaren. Als je last hebt van bijwerkingen van de hormonale therapie bespreek dit dan met je arts of gespecialiseerd verpleegkundige. Leefstijladviezen of medicatie kunnen de bijwerkingen soms voorkomen of verminderen.