Hormonen

Vrouwelijke geslachtshormonen spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van borstkanker. Het gaat met name om oestrogeen, maar ook progesteron. Hoe langer borsten blootgesteld zijn aan deze hormonen, hoe groter de kans op borstkanker. Er is daarom een (licht) verhoogde kans op borstkanker voor vrouwen die:

  • vroeg zijn gaan menstrueren
  • laat in de overgang zijn gekomen
  • weinig of geen kinderen hebben
  • geen of kort borstvoeding hebben gegeven
  • overgewicht hebben tijdens en na de overgang
  • dagelijks alcohol gebruiken (meer dan 1 glas per dag)
  • weinig of niet aan lichaamsbeweging doen
  • de anticonceptiepil slikken
  • hormoonpreparaten gebruiken (langer dan 4 jaar) vanwege overgangsklachten
  • dicht borstklierweefsel hebben
  • DES moeder zijn
  • op jonge leeftijd (voor hun 40e) op de borst bestraald zijn

 

Weinig of geen kinderen hebben

Vrouwen die nooit zwanger zijn geweest, hebben meer risico op borstkanker dan vrouwen die wel kinderen hebben. Belangrijk is de leeftijd waarop de vrouw haar eerste kind krijgt. Vergeleken met vrouwen zonder kinderen hebben vrouwen die hun eerste kind voor hun 32e krijgen een lager risico. Vrouwen met  een eerste kind tussen het 32-35e jaar hebben ongeveer evenveel risico als vrouwen zonder kinderen. Vrouwen met  een eerste kind na hun 35e zelfs een iets hoger risico. Het krijgen van een groter aantal kinderen gaat met een lager risico gepaard. 

Geen of kort borstvoeding hebben gegeven

Het geven van 4 tot 12 maanden borstvoeding vermindert de kans op borstkanker. Het risico vermindert verder bij langere duur (opgeteld over alle borstvoedingperiodes bij elk kind). Ook hierbij is het effect is gunstiger naarmate de vrouw jonger is als ze borstvoeding geeft.

Vroege menstruatie

Bij menstruatie vóór het 12e jaar, heeft een vrouw meer kans op borstkanker.  

Late overgang

Vrouwen die na hun 55e jaar in de overgang komen, hebben meer kans op borstkanker dan vrouwen die vóór hun 45e jaar in de overgang zijn. De leeftijd van de overgang hangt samen met de afnemende werking van de eierstokken. Vrouwen bij wie de eierstokken op jonge leeftijd zijn weggehaald, komen daardoor vroeg in de overgang en hebben minder kans op borstkanker.

Overgewicht tijdens en na de overgang

Vetweefsel produceert nog wel oestrogeen, ook na de overgang en als de eierstokken geen hormonen meer produceren. Als een volwassen vrouw in gewicht toe blijft nemen, neemt ook haar risico op borstkanker toe, vooral als zij hierdoor overgewicht krijgt.

Gebruik van anticonceptiepil 

De anticonceptiepil bevat oestrogeen en progesteron. De pil verandert daardoor de hormoonhuishouding. Dit kan tot een tijdelijk licht verhoogd risico op borstkanker leiden (alleen tijdens gebruik van de pil). Lees hier meer over het verband tussen pilgebruik en borstkanker.

Verhoogd risico door gebruik van hormonen tegen overgangsklachten

Ook hormoonpreparaten die tijdens de overgang worden gebruikt kunnen een rol spelen bij het risico op borstkanker. Tijdens de overgang wisselen de oestrogeenspiegels, je kunt daarvoor hormoonpreparaten gebruiken om de klachten te verminderen. Uit grootschalige Amerikaanse onderzoeken bleek dat bij meer dan vijf jaar oestrogeengebruik de kans op borstkanker met 30 tot 40 procent toeneemt. . De toename van het risico hangt af van de duur van de behandeling en het effect is niet blijvend. Vijf jaar na het stoppen met de oestrogenen is het risico gelijk aan dat van vrouwen die nooit deze behandeling hebben gehad.

Hormoonpreparaten in het kader van een IVF-behandeling geven geen bewezen verhoogde kans op het ontstaan van borstkanker.

DES

DES-moeders hebben tussen hun 45e en 65e levensjaar een verhoogd risico op borstkanker. DES-moeders zijn vrouwen die tussen 1947-1976 diethylstilbestrol (DES) voorgeschreven hebben gekregen tijdens hun zwangerschap. DES is een hormoon dat werd voorgeschreven om 'de vrucht' vast te houden bij een dreigende miskraam of als er in het verleden herhaalde miskramen waren geweest.

Op de vraag of DES-dochters een verhoogd risico hebben op borstkanker geeft wetenschappelijk onderzoek nog geen duidelijk antwoord. Het advies van het DES Centrum is om altijd deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek borstkanker. Bij problemen en klachten is het advies altijd naar een arts te gaan. Meer informatie zie: www.descentrum.nl