Hoe ontstaat hartfalen?

Hartfalen kan optreden na beschadiging van het hart door radiotherapie, chemotherapie en immunotherapie.

Hartfalen na radiotherapie

Het doel van radiotherapie is het plaatselijk doden van de kankercellen, terwijl de gezonde cellen zo veel mogelijk blijven gespaard. De straling beschadigt het DNA in de cel. Kankercellen kunnen over het algemeen minder goed van deze schade herstellen dan gezonde cellen. Bij borstkanker wordt radiotherapie meestal gegeven in combinatie met andere behandelingen zoals een operatie en chemotherapie.

Bij bestraling kan een deel van je hart in het bestralingsveld liggen. Bijvoorbeeld bij borstkanker aan de linkerkant of bij bestraling van de lymfeklieren naast het borstbeen. De bestraling kan daardoor hartcellen en bloedvaten (kransslagaders) beschadigen. Afhankelijk van welke soort cellen of hartstructuren beschadigd raken, kun je door bestraling een verhoogde kans hebben op hartritmestoornissen, hartklepafwijkingen en vernauwing van de kransslagaders (met als mogelijk laat gevolg een hartinfarct). Deze hart- en vaatziekten kunnen ervoor zorgen dat de hartspier onvoldoende zuurstof krijgt. Of dat de hartspier te hard moet werken en daardoor overbelast raakt. Als dat langere tijd het geval is, kan de pompfunctie van het hart verminderen. Hierdoor kunnen klachten en symptomen optreden. Als dat gebeurt, is er sprake van hartfalen.

Hartfalen na chemotherapie

Chemotherapie is een behandeling met medicijnen (cytostatica) die de celdeling remmen of cellen doden. Chemotherapie doodt met name zich snel delende cellen, zoals kankercellen. Maar ook gezonde cellen worden door de cytostatica beschadigd. Chemotherapie werkt door het hele lichaam. De schadelijke stoffen komen ook terecht in de hartcellen.

Bepaalde soorten chemotherapie (cytostatica) kunnen het risico op schade aan de hartspier verhogen. Dit geldt vooral voor de middelen adriamycine en epirubicine, ook wel anthracyclines genoemd. Ook cyclofosfamide en docetaxel zijn bekend om hun mogelijk schadelijk effect op de hartspier. Wanneer de spiercellen van het hart beschadigd raken en afsterven, kan de pompfunctie van het hart verminderen. Op termijn kan een langzaam verslechterende pompfunctie mogelijk leiden tot klachten en symptomen. Er is dan sprake van hartfalen.

Hartfalen na immunotherapie

Immunotherapie kan ook schade aan het hart veroorzaken. Het middel trastuzumab is bekend om zijn mogelijk schadelijk effect op de hartspier. Wanneer het hart beschadigd raakt door de behandeling met trastuzumab, wordt de behandeling tijdelijk gestaakt of zelfs helemaal gestopt. Vervolgens kan de schade aan het hart herstellen. In enkele gevallen leidt trastuzumab tot blijvende beschadiging van het hart. Waarom trastuzumab niet altijd leidt tot permanente hartbeschadiging – zoals bij chemotherapie en radiotherapie het geval kan zijn -, is nog onbekend.

Het risico op beschadiging neemt toe in combinatie met het middel adriamycine, ook wel bekend als doxorubicine. Dit is een van de soorten anthracyclines (chemotherapie). Als je trastuzumab gebruikt, wordt je hartpompfunctie tijdens de behandeling regelmatig gecontroleerd met behulp van een hartecho. Mocht de pompfunctie verslechteren, dan blijf je na afloop van de behandeling onder controle. Daarnaast is het belangrijk dat je ook zelf alert bent op klachten die kunnen duiden op beschadiging van het hart. Welke klachten dat kunnen zijn, lees je onder ‘Hoe herken je hartfalen?’ 

Wie krijgt last van hartfalen?

Over hart- en vaatziekten als gevolg van borstkankerbehandeling is nog veel onduidelijk. Dit ondanks het feit dat chemotherapie en radiotherapie sinds het eind van de vorige eeuw als standaard behandelingsmethoden gelden tegen borstkanker. Waarom weten we er dan nog zo weinig van? Het gebrek aan informatie hierover heeft verschillende redenen:

1) Acuut hartfalen tijdens chemotherapie of bestraling, of vlak erna, komt weinig voor. De hartklachten kunnen ook vele jaren na de behandeling ontstaan. Omdat steeds meer patiënten (borst)kanker overleven en daarna lang(er) doorleven, zijn er nog niet zo lang onderzoeken naar de lange termijneffecten van chemotherapie en radiotherapie gedaan.

2) Hoeveel kans je hebt op hartfalen als gevolg van de behandelingen voor borstkanker, hangt af van verschillende factoren: 

  • Je leeftijd op het moment van behandelen. In zijn algemeenheid geldt voor radiotherapie bijvoorbeeld: hoe jonger, hoe meer schade aan hartkleppen en kransslagaders, hoe groter het risico op hartfalen.
  • De aanwezigheid van klassieke risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Roken, het hebben van suikerziekte en een hoge bloeddruk, zorgen bijvoorbeeld voor een verhoogd risico.
  • Een erfelijke aanleg voor hart- en vaatziekten.
  • Het type behandeling. 

Een chemokuur met bijvoorbeeld anthracyclines, cyclofosfamide en docetaxel kan de hartspier beschadigen. Hierbij speelt de dosis een belangrijke rol. Hoe hoger de dosis, hoe meer kans op het optreden van schadelijke effecten zoals hartfalen. 

Bij radiotherapie speelt de plaats van bestraling een rol. Linkszijdige bestraling zorgt voor een verhoogd risico omdat een deel van je hartspier in het bestralingsveld kan liggen. Verder is de dosis straling van belang: hoe meer straling, hoe meer kans op schade.

-      De combinatie van behandelingen. De combinatie van bepaalde vormen van chemotherapie, radiotherapie en immunotherapie, vergroot de kans op hartschade. Zo kan trastuzumab (immunotherapie) met een anthracycline (chemotherapie) het risico op hartschade vergroten.

Oftewel: de risico’s op het ontstaan van late hartschade verschillen per patiënt en per behandeling of combinatie van behandelingen. Vanwege al die verschillende factoren is het lastig in te schatten wie, wanneer en waardoor last krijgt van hartfalen als gevolg van de behandeling.

Onderzoek naar effecten borstkankerbehandeling op hart- en vaatziekten

Het Antoni van Leeuwenhoek (AVL) voert samen met het Erasmus MC Kanker Instituut en UMC Groningen een omvangrijk onderzoek uit naar hart- en vaatziekten op de lange termijn door de behandeling voor borstkanker. Pink Ribbon steunt het onderzoeksproject dat bestaat uit drie delen. Deel één betreft het in kaart brengen van het aantal gevallen van hart- en vaatziekten in een zeer grote groep vrouwen die zijn behandeld voor borstkanker. Vervolgens vindt het verzamelen van gedetailleerde gegevens van borstkankerpatiënten plaats, om zo alle risicofactoren voor hart- en vaatziekten goed te kunnen onderzoeken. Ten slotte worden ruim vijfhonderd ex-borstkankerpatiënten uitgenodigd voor een screening om na te gaan of hart- en vaatziekten na borstkankerbehandeling tijdig kunnen worden herkend. De eerste resultaten van de studie zijn in 2016 op het Europese borstkankercongres EBCC in Amsterdam gepresenteerd 

Meer weten over het onderzoek? Lees het interview met prof. dr. ir. Floor van Leeuwen van het AVL, in B nummer 8 2013.

Risicofactoren voor hart- en vaatziekten

Bekend is dat er bepaalde risicofactoren zijn voor hart- en vaatziekten. Roken, overgewicht en een hoge bloeddruk verhogen onder andere je kans op hart- en vaatziekten, en daarmee ook je kans op het krijgen van hartfalen. Je kunt verschillende dingen doen om minder risico te lopen. Kort samengevat komen de adviezen hierop neer: leef gezond. Gezond leven verkleint de kans op hart- en vaatziekten. Gezond leven betekent: een gezond leefpatroon, de juiste voeding en voldoende beweging. In ‘Hoe kun je hartfalen voorkomen?’ lees je hier meer over.