Hoe kun je seksuele problemen (zoveel mogelijk) voorkomen?

Borstkanker heeft impact op je leven en zorgt voor veranderingen. Ook op het gebied van seksualiteit en intimiteit. Die veranderingen kunnen leiden tot seksuele en relationele problemen. Dat hoeft overigens niet. Je kunt verschillende dingen doen die je helpen makkelijker om te gaan met veranderingen en waardoor je problemen kunt voorkomen. Of waardoor je kunt vermijden dat problemen groter worden of lang(er) blijven bestaan. 

  • Laat je goed informeren 
  • Bespreek veranderingen met je partner 
  • Bespreek veranderingen met je kinderen 
  • Vraag tijdig om hulp 

Vraag om informatie

Als je vóór je behandeling weet wat de bijwerkingen en (mogelijke) gevolgen kunnen zijn, zul je daar tijdens je herstel waarschijnlijk profijt van hebben. 

‘Als ik voor de behandelingen had geweten welke invloed deze zouden hebben op mijn seksualiteit, had ik – indien mogelijk - misschien wel voor andere behandelingen gekozen.’ 

Bij wie kun je terecht voor informatie over je behandeling?

Een medisch oncoloog kan je meer vertellen over de bijwerkingen van chemotherapie, hormoontherapie en immunotherapie. Welke gevolgen bestraling kan hebben, kan een radiotherapeut je uitleggen. Bij een oncologisch chirurg kun je terecht voor meer informatie over een operatie. 

Bereid je gesprek met je behandelend arts voor?

Je ontdekt vaak pas welke dingen (echt) belangrijk voor je zijn als je meer van een onderwerp afweet. Het wordt dan duidelijker welke wensen je hebt en waarover je meer wilt weten. Bereid je daarom inhoudelijk voor op het gesprek met je arts(en).

Wanneer breng je het onderwerp seksualiteit ter sprake?

Seksualiteit en intimiteit zijn een belangrijk onderdeel van ons leven. Breng het onderwerp seksualiteit daarom zo vroeg mogelijk ter sprake, liefst al bij het bespreken van het behandelplan

Als je arts het behandelplan met je bespreekt, vertelt hij tegelijkertijd over de bijwerkingen van behandelingen. Dit is een goed moment om naar de (mogelijke) veranderingen op seksueel gebied te vragen: welke invloed hebben de behandelingen op je seksleven? 

Als je weet wat de risico’s en bijwerkingen zijn van de behandelingen op de korte én lange termijn, kun je hier rekening mee houden. Daarnaast kun je met je behandelend arts overleggen over alternatieven. Is het mogelijk om het behandelplan aan te passen om zo bijwerkingen te voorkomen? 

In een vroeg stadium praten over seksualiteit betekent dat je er later makkelijker op terug kunt komen. Bij het horen van de diagnose heb je wel iets anders aan je hoofd dan seks. Meestal neemt je seksuele behoefte weer toe in de loop van de behandeling. Op het moment dat de zin in vrijen terug is, kun je je arts makkelijker om advies en informatie vragen als je het onderwerp seksualiteit al eerder met elkaar hebt besproken. 

‘De mammacareverpleegkundige vond het een moeilijk onderwerp. De oncoloog wist zich geen raad met mijn vragen over seksualiteit en verwees mij naar de huisarts. De huisarts had gewoon praktische tips en deed er niet moeilijk over.’

Hoe bespreek je het onderwerp seksualiteit met je behandelend arts? 

Voor (borst)kanker en seksualiteit geldt vaak: wie doorbreekt het stilzwijgen? Artsen en verpleegkundigen vinden het soms een lastig onderwerp. Ze weten niet altijd hoe ze erover moeten beginnen. Of twijfelen of patiënten wel behoefte hebben aan informatie. Gebrek aan kennis is soms ook een reden waarom artsen en verpleegkundigen het onderwerp niet aansnijden. Daarbij komt dat patiënten en hun partners het soms moeilijk vinden om over seks te praten. Gevolg: het onderwerp blijft onbesproken. Helaas, want de behoefte aan informatie bestaat wel. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de B-force vraag die BVN stelde over seksualiteit en intimiteit bij borstkanker

Begin zelf over seksualiteit 

Een belangrijk advies is daarom: wacht niet tot je (huis)arts of verpleegkundige over seksualiteit begint. Begin er zelf over. 

Gesprektips:

Bedenk van tevoren wat je wilt vragen of zeggen. Je kunt hiervoor de B-bewust checklist 'Seksualiteit en intimiteit' gebruiken. Als je het moeilijk vindt om over seks te praten, vertel dat dan aan je arts. Dat breekt de spanning. 

Het is vaak makkelijker om te beginnen met meer algemene, feitelijke vragen. Bijvoorbeeld: ‘Hoe kan vaginale droogheid worden voorkomen tijdens en na de chemotherapie?’ Later in het gesprek kun je meer persoonlijke vragen stellen. 

Bedenk van tevoren welke woorden je wilt gebruiken om je probleem te beschrijven. Wees zo duidelijk mogelijk. Zeg niet: 'Het lukt niet meer.' Maar: 'Ik word niet meer vochtig tijdens het vrijen.' 

Als je een partner hebt, ga dan samen naar het gesprek waarin je seksualiteit wilt bespreken. Twee horen meer dan één en je kunt elkaar zo nodig aanvullen. Als je alleenstaand bent, kun je een goede vriend of vriendin meenemen. 

Maak aantekeningen of vraag degene die met je mee is om dit te doen.

Je kunt het gesprek ook opnemen om het thuis nog eens na te luisteren. Laat voorafgaand aan het gesprek weten dat je dit graag wilt en vraag om toestemming. Als je iets niet goed begrijpt, vraag dan om extra uitleg. Net zolang totdat je het wel begrijpt. Vraag waar je terecht kunt voor meer informatie. Zijn er brochures die je mee naar huis kunt nemen? Of betrouwbare websites waarop je het een en ander nog eens rustig kunt nalezen?  

Bedenk of je wilt worden doorverwezen naar een gespecialiseerde zorgverlener. Bijvoorbeeld een seksuoloog. Vraag gerust naar de mogelijkheden.

Wat doe je als je arts geen raad weet met vragen over seksualiteit?

Niet iedere arts of verpleegkundige weet goede adviezen te geven bij seksuele problemen. Dat ligt niet aan jou of je partner. Het kan best zijn dat een arts of verpleegkundige dit nooit geleerd heeft of zelf vervelende ervaringen heeft op dit gebied. Vraag in dat geval naar iemand anders om dit onderwerp mee te bespreken. Het is er belangrijk genoeg voor.

Je kunt bijvoorbeeld terecht bij een (medisch) maatschappelijk werker, psycholoog of seksuoloog. In ‘Omgaan met seksuele problemen: wie kan mij helpen?’ vind je namen en adressen van verschillende hulpverleners.  

Bespreek veranderingen met je partner

De ziekte en de behandelingen die jij ondergaat, hebben impact op het leven van je partner. Ook je partner moet zich – net als jij - aanpassen aan alle veranderingen. Je partners seksleven verandert evengoed.

Dat aanpassen is makkelijker wanneer jullie allebei weten wat er zal veranderen. En welke gevolgen die veranderingen kunnen hebben: voor jullie afzonderlijk, maar ook voor jullie als stel. Hoe eerder en hoe beter je partner weet wat er met jou en jouw lichaam aan de hand is, hoe makkelijker jullie samen oplossingen vinden om met de veranderingen om te gaan. 

Tips 

Betrek je partner zo vroeg en zoveel mogelijk bij je behandeling. 

Zorg dat je partner aanwezig is bij het bespreken van de diagnose en hetbehandelplan. Je arts vertelt dan over bijwerkingen van behandelingen. Dit is een goed moment om naar de veranderingen op seksueel gebied te vragen: welke invloed kunnen de behandelingen hebben op jouw én jullie seksleven?  

Weet je partner dat hij of zij eveneens vragen kan stellen aan jouw arts en verpleegkundige? Je partner kan hiervoor onder andere de digitale B-bewust checklist ‘Naasten’ gebruiken. 

Wijs je partner op betrouwbare informatiebronnen, onder andere: 

Praten over veranderingen speelt een belangrijke rol bij het voorkomen van seksuele problemen. Het helpt om elkaar te vertellen wat je prettig vindt en waarover je je onzeker voelt. Misverstanden ontstaan daardoor minder snel. Praten zorgt voor begrip.

Gesprektips

Probeer zo open en eerlijk mogelijk te praten over de veranderingen op seksueel gebied. 

Vertel over je onzekerheden. Voorbeelden van vragen waar partners mee worstelen: hoe moet het verder? Mag ik nog seksueel opgewonden geraken? Zal ik het nieuwe lichaam nog aantrekkelijk vinden? 

Probeer geen verwijten te maken. Dat lukt het beste als je vanuit jezelf praat. Zeg dus niet: ‘Je raakt mij nooit meer aan’, maar: ‘Ik mis het lichamelijke contact met jou. Ik voel me er eenzaam door. Hoe is dat voor  jou?’

Bespreek je behoeften. Jouw behoeften kunnen anders zijn dan die van je partner. Je partner heeft bijvoorbeeld zin om te vrijen, terwijl jij vooral behoefte hebt aan ‘een arm om je schouder’.

Blijf met elkaar in gesprek. Wat vandaag goed voelt in het lichamelijke contact, kan over een maand anders voelen.

Schakel hulp in als je merkt dat je er samen niet uitkomt. Dit kan op elk moment. Je kunt bijvoorbeeld terecht bij een (medisch) maatschappelijk werker, psycholoog of seksuoloog. In ‘Omgaan met seksuele problemen: wie kan mij helpen?’ vind je namen en adressen van verschillende hulpverleners.  

Meer (gesprek)tips vind je in ‘Leven met seksuele problemen’.  

Als je veranderingen in de relatie met elkaar bespreekt, kan er een sfeer van vertrouwen ontstaan. Openheid en vertrouwen helpen om samen op zoek te gaan naar nieuwe mogelijkheden om jullie seksuele relatie weer vorm te geven. Veranderingen hoeven dan niet te leiden tot seksuele problemen.