Hoe kun je het risico op hartfalen beperken?

Helaas kun je hartfalen als mogelijk gevolg van de borstkankerbehandeling niet altijd voorkomen als je chemotherapie krijgt en/of wordt bestraald. Of als je een behandeling ondergaat met het middel trastuzumab (immunotherapie). De behandelingen kunnen mogelijk je hart beschadigen. Deze beschadiging kan leiden tot het ontstaan van hart- en vaatziekten zoals hartfalen.

Voorkom of beperk risicofactoren

Je kunt wel een aantal dingen doen om de kans op het krijgen van hartfalen te verkleinen. Probeer onderstaande situaties of klachten te voorkomen. Of, als ze al aanwezig zijn, te behandelen en te verminderen. 

Belangrijke risicofactoren voor hart- en vaatziekten:

  • roken
  • hoog cholesterol
  • hoge bloeddruk
  • overgewicht
  • diabetes (suikerziekte)
  • stress, zowel kortdurende als langdurige stress
  • alcohol

Daarnaast speelt erfelijkheid een rol. Je hebt een verhoogd risico als er in je directe familie hart- en vaatziekten voorkomen bij mensen voor hun 65ste levensjaar. Onder directe familie wordt verstaan vader, moeder, kinderen, broers of zussen.

Hoe meer risicofactoren, hoe groter de kans op hart- en vaatziekten. Op de website van de Hartstichting vind je meer informatie over de risicofactoren. Je leest er ook wat je kunt doen om minder risico te lopen. Een gezonde levensstijl, de juiste voeding en voldoende beweging helpen bij het voorkomen van hart- en vaatziekten.

Kort samengevat betekent gezond leven:

  • niet roken: roken verhoogt het risico op hart- en vaatziekten en andere aandoeningen. Stoppen met roken heeft altijd zin.
  • een gezond gewicht: BMI 25 of lager.
  • gezonde voeding: zo min mogelijk verzadigd vet, weinig zout, veel groente en fruit en voldoende vezels.
  • regelmatig bewegen: half uur bewegen per dag is gezond.
  • niet of zo beperkt mogelijk alcohol drinken

Niet roken

Roken verhoogt het risico op hart- en vaatziekten en andere aandoeningen. Stoffen uit tabak zijn schadelijk voor het hart en de bloedvaten. Tabak bevat onder andere nicotine. Nicotine jaagt het lichaam op, versnelt de hartslag, vernauwt de bloedvaten en verhoogt de bloeddruk. Deze effecten vergroten het risico op een hartinfarct, beroerte of vernauwingen van de beenslagaders (etalagebenen). 
Ook als je meerookt, heb je een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.

Niet (mee)roken wordt daarom aangeraden. Als je rookt, kun je je risico op hart- en vaatziekten verlagen door te stoppen met roken. Stoppen met roken heeft altijd zin. Na het stoppen neemt je risico op hart- en vaatziekten snel af.

Stoppen met roken kan lastig zijn. Je hoeft dit niet op eigen houtje te doen. Je kunt professionele hulp inschakelen. Er bestaan onder andere verschillende groepstrainingen en online zelfhulpprogramma’s. Vraag je huisarts om meer informatie. 

Op de website van de Hartstichting kun je meer lezen over hoe je kunt stoppen met roken. In de brochure ‘Stoppen met roken’ vind je meer achtergrondinformatie en tips over dit onderwerp.

Gezond gewicht

Als je overgewicht hebt, heb je een grotere kans op het ontwikkelen van diabetes, een hoog cholesterol en een hoge bloeddruk. Al deze factoren verhogen het risico op hart- en vaatziekten en versterken elkaar. Een gezond gewicht (BMI < 25)  vermindert dit risico en wordt daarom aanbevolen. 

Een gezond gewicht hebben en behouden, kan lastig zijn. Zeker tijdens en na een intensieve behandelperiode waarin je te maken krijgt met allerlei lichamelijke veranderingen. Zo is gewichtstoename een mogelijk bijeffect van met name chemotherapie en hormonale therapie.

Via de website van de Hartstichting kun je berekenen of je een gezond BMI hebt en kun je meer lezen over de gevolgen van overgewicht.

Als je overgewicht hebt, kun je dit aanpakken door af te vallen. Gezond eten en drinken en voldoende bewegen zijn dan belangrijk. Hierdoor kun je een gezond gewicht krijgen en/of behouden. En daarmee je risico op hart- en vaatziekten verlagen.

Goed om te weten

Overgewicht kan een rol spelen bij het opnieuw krijgen van borstkanker. Vooral bij vrouwen na de overgang zorgt overgewicht voor een verhoogd risico. Het vetweefsel, met name in de buik, bepaalt dan de hormoonwaarden. Hoe meer vetweefsel, hoe groter de aanmaak van hormonen (oestrogeen), hoe hoger het risico op het weer krijgen van borstkanker. Een gezond gewicht hebben (BMI < 25) wordt daarom aanbevolen.

In het artikel ‘Gezonde voeding, gezond gewicht’ vind je onder andere tips voor een gezond voedingspatroon. Het artikel is verschenen in B, het tijdschrift van Borstkankervereniging Nederland (BVN). Je kunt het artikel gratis downloaden in het online archief van B. Hetzelfde geldt voor het artikel ‘7 feiten over voeding en (borst)kanker’.

Gezond voedingspatroon

Voedingsmiddelen die alleen maar ‘gezond’ zijn bestaan niet. Verschillende producten eten en drinken is wel gezond. Door te variëren, krijg je alle vitamines en mineralen binnen. En verandering van spijs doet eten. Als je moeite hebt met eten – omdat bijvoorbeeld je smaak is veranderd -, kan eten soms gemakkelijker gaan als je binnen dezelfde groep van producten een andere keuze maakt.

Maar hoe weet je wat gezond voor jou is als je lichaam verandert door de behandeling? Geen gemakkelijke opgave. Je kunt veel zelf uitzoeken. Op verschillende websites vind je tips over een gezond voedingspatroon en hoe je een gezond gewicht kunt krijgen en behouden. Een diëtist kan je hierbij ook helpen.

Via de website van Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD) kun je zoeken naar een diëtist bij jou in de buurt. Zoek een diëtist die is gespecialiseerd is in oncologische (voedings)zorg.

Als je nog onder behandeling bent, bespreek het gebruik van voedingssupplementen (mineralen en vitamines) altijd met je behandeld arts.

Voedingssupplementen kunnen namelijk je behandeling verstoren.

Meer informatie over voeding bij en na (borst)kanker vind je op deze pagina. De Hartstichting hanteert negen spelregels voor gezonde voeding, lees hier meer: gezond eten.

Informatie zoeken over voeding & (borst)kanker

Op internet vind je veel voedings- en levensstijladviezen voor mensen met (borst)kanker. Helaas is een groot deel van wat je leest op internet onjuist en/of onvolledig en niet wetenschappelijk onderbouwd. Het is niet altijd makkelijk om te achterhalen of de informatie betrouwbaar is en van toepassing is op jouw situatie. Probeer altijd te achterhalen wie de bron is: wie is de auteur en wat is zijn/haar achtergrond? Bespreek de informatie die je vindt ook altijd met je arts of verpleegkundige.

Op de pagina over voeding vind je een overzicht van websites over voeding en (borst)kanker die je gerust kunt raadplegen. 

Regelmatig bewegen

Genoeg bewegen houdt hart en bloedvaten in conditie en verlaagt de bloeddruk. Dat maakt de kans op hart- en vaatziekten en een beroerte kleiner. Het algemene advies luidt om minimaal een half uur per dag te bewegen.

Traplopen, een ommetje maken, even in de tuin werken. Bewegen kun je op allerlei manieren doen. Als je bewegen of sporten moeilijk vindt, kun je ook hulp inschakelen. Je kunt bijvoorbeeld deelnemen aan een speciaal trainingsprogramma voor mensen met kanker of die kanker hebben gehad. Zo’n training bestaat onder andere uit conditie- en spierkrachttraining en is afgestemd op jouw specifieke situatie. Vraag je behandelend arts of huisarts om meer informatie en/of om een doorverwijzing naar een fysiotherapeut die gespecialiseerd is in oncologische zorg. Zij kunnen je onder andere helpen om te beginnen met bewegen als je niet gewend bent om dit te doen. Of aangeven hoe je op je grenzen kunt letten.

In de hulpwijzer vind je een overzicht van zorgverleners op het gebied van revalidatie en sport. Op de website van de Hartstichting lees je meer over het belang van regelmatig bewegen.

Schade door behandeling voorkomen

Als je vóór je behandeling weet wat de bijwerkingen en gevolgen kunnen zijn, zul je daar tijdens je herstel waarschijnlijk profijt van hebben. Daarnaast kan je behandelend arts het behandelplan eventueel aanpassen. Bijvoorbeeld als blijkt dat je een grotere kans hebt op hartschade omdat hart- en vaatziekten in je familie voorkomen. Samen met je arts kun je kiezen voor een nieuwe behandelmethode waardoor de schade beperkt blijft. Bij chemotherapie kan het instellen van een maximale dosis die je in totaal krijgt (de cumulatieve dosis) de hartschade beperken. Dit wordt ook wel de cumulatieve dosis genoemd.

Mocht je in aanmerking komen voor immunotherapie, dan is het goed om te weten dat het middel trastuzumab niet geschikt is voor mensen met een reeds bekende hartziekte. Als je wel trastuzumab krijgt, dan wordt je hartpompfunctie regelmatig gecontroleerd.

Breath-hold-techniek

Als je linkszijdig bestraald wordt, kan het zijn dat een stuk van je hart ook wordt bestraald. Dit kan worden voorkomen met de breath-hold-techniek (ook wel ABC: 'active breathing control' genoemd), waarbij je tijdens de bestraling diep inademt en de adem vasthoudt. Door de inademing zet de borstkas uit en komt een deel van de longen voor het hart te liggen. 

Vraag om informatie 

Een radiotherapeut kan je meer vertellen over de gevolgen van bestraling. Vóór je behandeling meer weten over de mogelijk schadelijke effecten ervan (ook op lange termijn), is belangrijk. Voor informatie over je chemotherapie of immunotherapie kun je terecht bij de medisch oncoloog. 

Je kunt je voorbereiden op het gesprek met je arts met behulp van een B-bewust checklist. Op www.b-bewust.nl (een website van Borstkankervereniging Nederland, BVN) maak je je eigen persoonlijke, digitale checklist aan. Je selecteert de vragen die op dat moment voor jou van belang zijn. Dit doe je per thema en onderwerp. Het thema ‘Mogelijke effecten van borstkanker’ behandelt vragen over bijwerkingen.

Bekijk ook eens de checklist ‘Diagnose en behandeling’ en de checklist ‘Voeding en beweging’.

Wees alert op klachten

Als je risico loopt op het krijgen van hartfalen is het belangrijk dat je alert bent op klachten die duiden op mogelijk hartfalen. Meest voorkomende klachten bij hartfalen zijn vermoeidheid, kortademigheid (vooral bij inspanning), onrustig slapen, ’s nachts vaak plassen en opgezette benen en enkels. Meer informatie hierover vind je in ‘Hoe herken je hartfalen?’. Je kunt ook aan je behandelend arts vragen op welke symptomen je moet letten tijdens je behandeling. 

Als je klachten herkent die duiden op hartfalen, neem dan altijd contact op met je behandelend arts of huisarts. Samen kunnen jullie bekijken of extra onderzoek of een verwijzing naar een cardioloog noodzakelijk is. Bij een onderzoek naar hartfalen kun je denken aan: bloedonderzoek (onder andere het hormoon BNP), een hartfilmpje (ECG) of een echo van je hart. 

Heb je een lichte vorm van hartfalen en geen of heel weinig klachten, dan is dat toch belangrijk om te weten en te bespreken met je arts, omdat je mogelijk wel een verhoogd risico hebt op een hartinfarct. Op de website van de Hartstichting kun je informatie vinden over het verschil tussen mannen en vrouwen als het gaat om de symptomen van hart- en vaatziekten.