Het pathologisch rapport, na de behandeling

Het is belangrijk dat alle tumorcellen worden verwijderd. Chirurgen hanteren daarom een marge van gezond weefsel dat ze rondom de tumor wegsnijden. Bij het pathologisch onderzoek wordt nauwkeurig onderzocht of er geen tumorcellen zijn achtergebleven. Ook wordt gekeken hoe ver de tumorcellen van het snijvlak afzitten.

Er zijn drie mogelijke uitslagen:

  • Positief: er zitten tumorcellen op het snijvlak. Dat betekent dat er een aanvullende operatie nodig is.
  • Negatief: het snijvlak is schoon, er werden geen tumorcellen op gevonden.
  • Uitbreiding in het snijvlak, een uitslag tussen positief en negatief in. Aanvullende chirurgie is mogelijk nodig.

Zijn er tumorcellen in de lymfebanen of bloedvaten van de borst

Als dat zo is, dan bestaat er een verhoogd risico op uitzaaiingen.

Hormoonreceptoren

Borstkankercellen, die veel hormoonreceptoren hebben, worden door hormonen aangezet tot groei. Een tumor met te veel hormoonreceptoren voor oestrogeen wordt ER-positief genoemd, voor het hormoon progesteron heet dit PR-positief. Zijn de hormoonreceptoren niet in overmaat aanwezig, dan wordt de tumor ER-negatief of PR-negatief genoemd.

Voor de behandeling zijn hormoonreceptoren gunstig, omdat de tumor vaak goed reageert op medicijnen die de groei door hormonen afremmen. Hoeveel hormoonreceptoren er aanwezig zijn wordt uitgedrukt in het percentage, van 0 tot 100 procent, of er wordt alleen "positief" of "negatief" vermeld. Positief betekent dan: iedere uitslag hoger dan 10 procent.

HER2-receptoren

Er zijn nog andere receptoren die voorkomen: HER2-receptoren. Dat zijn eiwitten die de kankercellen sneller doen groeien. Een verhoogde aanwezigheid van HER2-receptoren wordt HER2-positviteit of HER2-overexpressie genoemd. HER2-positiviteit is gunstig voor de behandeling. Door het toedienen van HER2-antilichamen wordt de groeistimulerende werking van de antigenen geblokkeerd. Dat noemen we immunotherapie.

Er zijn drie testmethodes:

1. IHC-test, met uitslag:

  • 0 (negatief);
  • 1+ (negatief);
  • 2+ (twijfelachtig) en
  • 3+ (positief)

Bij 2+ volgt een hertest met een van de twee andere testen:

2. FISH-test: deze geeft uitslag 0 (negatief) of positief

3. CISH-test: ook deze geeft een uitslag 0 (negatief) of positief.

Lees meer in de folder over het pathologieverslag.

BijlageGrootte
PDF icon Boekje Pathologie mei 2015.pdf5.97 MB