Ductaal Carcinoom In Situ (DCIS)

Er bestaan verschillende mogelijke voorstadia van borstkanker. Dit heet ‘carcinoom in situ’. Er zijn dan afwijkende cellen ontstaan in het melkgangstelsel van de borst die blijven delen. Hoe snel ze delen verschilt sterk per geval. Daarbij blijven ze beperkt tot het melkgangen, zonder dat deze cellen het omliggende weefsel binnendringen (‘invaderen’). De belangrijkste vormen zijn Ductaal Carcinoom In Situ (DCIS) en Lobulair Carcinoom In Situ (LCIS). DCIS wordt veel vaker gevonden dan LCIS, omdat DCIS vaak gepaard gaat met kleine verkalkingen die op de borstfoto goed te zien zijn en LCIS niet. Omdat deze foto’s vooral bij het bevolkingsonderzoek voor borstkanker worden gemaakt, wordt het merendeel van de gevonden DCIS-afwijkingen door middel van screening ontdekt. Jaarlijks krijgen ongeveer 2.500 vrouwen in Nederland de diagnose DCIS (www.cijfersoverkanker.nl).

Ductaal Carcinoma In situ (DCIS) in het kort:

  • Meer dan 80% wordt gevonden door middel van het bevolkingsonderzoek
  • DCIS is een ophoping van afwijkende cellen in de melkgangen.
  • DCIS gaat vaak gepaard met kleine verkalkingen (kalkspatjes of calcificaties).
  • Calcificaties zijn vaak goed te zien op de borstfoto (mammografie). 
  • DCIS geeft zelden klachten. 
  • DCIS groeit niet in het omliggende weefsel. 
  • DCIS-cellen kunnen niet uitzaaien. 
  • DCIS is nooit levensbedreigend. 
  • Soms ontstaat uit DCIS invasief borstkanker. Het is nu nog niet te voorspellen in welke gevallen dit kan gebeuren. Daarom worden alle vrouwen met DCIS voor de zekerheid geopereerd. 
  • Zeer waarschijnlijk is het voor DCIS-afwijkingen die weinig actief zijn veilig om niet te behandelen. 

Vormen van DCIS

DCIS wordt ingedeeld in drie groepen (graden) op basis van hoe afwijkend de DCIS-cellen zijn: 

  • Graad 1 (goed gedifferentieerd DCIS): de cellen zijn afwijkend en weinig actief. 
  • Graad 2 (matig gedifferentieerd DCIS): tussen graad 1 en 3. 
  • Graad 3 (weinig of slecht gedifferentieerd DCIS): de cellen zijn sterk afwijkend en delen veelvuldig en ongecontroleerd.  

Hoewel veel DCIS-afwijkingen waarschijnlijk nooit uitgroeien tot borstkanker, gebeurt dit bij een minderheid toch. De cellen dringen in dat geval vanuit de melkklier het omliggende weefsel in. Je spreekt dan van invasieve borstkanker (mammacarcinoom). DCIS wordt daarom beschouwd als een mogelijk voorstadium van borstkanker. 

Helaas kan men nog niet voorspellen bij wie het mogelijke voorstadium (DCIS) uitgroeit tot borstkanker en bij wie niet. Als DCIS wordt behandeld, komt de afwijking bij ongeveer negen van de tien vrouwen niet terug. 

Behandeling

De standaardbehandeling van DCIS bestaat veelal uit een operatie, waarbij het gebied van DCIS weggehaald wordt. Of dit met een borstsparende operatie of met een amputatie gebeurt, hangt onder andere af van de grootte van het gebied met DCIS en de grootte van de borst. Bij een borstsparende operatie wordt na de operatie de rest van de borst meestal bestraald. Het is de vraag of laaggradig DCIS wel altijd behandeld moet worden, omdat in veel gevallen DCIS waarschijnlijk nooit zal uitgroeien tot borstkanker. 

Daarom is in 2017 een wetenschappelijk onderzoek gestart waarin gekeken wordt of het veilig is om deze laaggradige, weinig actieve DCIS niet te behandelen maar regelmatig te controleren. Daarbij wordt vergeleken of vrouwen die, zonder operatie, regelmatig gecontroleerd worden net zo goed af zijn als vrouwen die de standaardbehandeling (operatie met of zonder bestraling) krijgen. 

Als uit dit onderzoek blijkt dat dit veilig is, dan kan de last van een intensieve behandeling veel vrouwen in de toekomst bespaard blijven. Bij dit wetenschappelijk onderzoek zijn patiënten vertegenwoordigers van Borstkankervereniging Nederland zeer actief betrokken. 

Lees meer over het wetenschappelijke onderzoek naar de behandeling bij DCIS op kanker.nl >> 

Kiezen voor een behandeling

Of je voor behandeling kiest en zo ja, voor welke, hangt af van verschillende factoren: hoe je omgaat met onzekerheid en risico’s, maar ook hoe je lichamelijke gezondheid is. In het algemeen kun je best een paar weken bedenktijd nemen. Dit heeft dan meestal geen negatief effect op het resultaat van de behandeling. Laat je daarom goed informeren over de behandelmogelijkheden en gevolgen zodat je een weloverwogen besluit kunt nemen. 

Lees ook het artikel in Blad B: Het DCIS dilemma; behandelen of niet behandelen, dat is de vraag

Deelnemen aan wetenschappelijk onderzoek bij DCIS

Soms kun je meedoen aan wetenschappelijk onderzoek. Het gaat dan om het testen van bestaande of nieuwe middelen, technieken, methoden of behandelingen zoals medicijnen, operatietechnieken of bestralingsmethode. Overweeg je om deel te nemen aan één van de lopende onderzoeken?
Bekijk hier het actuele overzicht van onderzoek bij DCIS >>

LORD - trial

In mei 2016 is de LORD - trial gestart. De Lord trial is een onderzoek naar een nieuwe behandeling voor patiënten met DCIS. Deze studie onderzoekt of de standaardbehandeling bij DCIS bestaand uit een operatie eventueel gevolgd door bestraling en/of hormoontherapie veilig weggelaten kan worden. Dit kan vrouwen onnodige operaties, bestralingen en/of hormonale therapie besparen. Veilig weglaten wordt nauwlettend gevolgd, hetgeen betekent dat vrouwen een jaarlijks mammogram krijgen om eventuele veranderingen van de DCIS te bepalen. Lees meer over de LORD trial >>

Bekijk de animatievideo over deze behandeling:

Is Ductaal Carcinoom In Situ (DCIS) echt borstkanker?

Lobulair Carcinoma In Situ (LCIS)

LCIS gaat zelden gepaard met kleine verkalkingen en wordt vaak bij toeval gevonden als er een biopt om een andere reden van de borst wordt genomen, bijvoorbeeld omdat er een andere afwijking wordt gevonden die verder onderzocht dient te worden. LCIS zal meestal niet uitgroeien tot invasieve borstkanker, ook wanneer het niet behandeld wordt. Wanneer je echter LCIS hebt (gehad), loop je wel een verhoogd risico om invasieve borstkanker te krijgen. Dit risico geldt voor beide borsten. Daarom is het belangrijk om goed te blijven screenen voor borstkanker als je LCIS hebt (gehad).

Lotgenotencontact

Meer informatie voor lotgenoten met lobulaire borstkanker is te vinden op de besloten Facebookpagina Lobulaire Borstkanker Kennisgroep.

Geraadpleegde bronnen:

Oldenburg, H. et al.(2013) Het Borstkanker Boek. Uitgeverij Thoeris, Amsterdam

Richtlijn mammacarcinoom 2.0, Factsheet Ducatal Carcinoma in Situ.