Is er een verband tussen het gebruik van de pil en het risico op borstkanker?

De hormonen in de pil (meest gebruikt ethinylestradiol en levonorgestrel) zijn veel krachtiger dan de natuurlijke hormonen oestradiol en progesteron. De dosering van het oestrogeen speelt een rol: hoe lager dit is des te minder kans op borstkanker. Progesteronproductie in de natuurlijke cyclus is 14 dagen, maar in de pil wordt progestageen (het kunstmatig gefabriceerde hormoon) langer toegediend. Progestageen draagt ook bij aan een verhoogd borstkankerrisico.

De nieuwere pillen bevatten estradiol(valeraat) in plaats van ethinylestradiol en geven een lagere bloedspiegel dan oestradiol in de natuurlijke cyclus. Dat is theoretisch gunstig, maar of de progestagenen die gecombineerd zijn met estradiol ook veiliger zijn ten aanzien van het effect op het borstkankerrisico moet nog uit klinische studies blijken.

Vrouwen die de pil slikken hebben een verhoogd risico van 24 procent op het krijgen van borstkanker in vergelijking tot vrouwen die de pil niet slikken. Let op, deze cijfers lijken heftiger dan ze in werkelijkheid zijn: de kans dat een jonge vrouw borstkanker krijgt is veel lager dan de kans dat je borstkanker krijgt gedurende je héle leven. Het risico van een jonge vrouw blijft zelfs na een verhoging van 24% relatief klein: stel dat het risico van een vrouw van 25 om borstkanker te krijgen 0,02% is, dan betekent een verhoging van 24% dat haar risico 0,025% wordt bij gebruik van de pil. Dat is dus nog steeds heel laag. 

Voor vrouwen die 1-4 jaar geleden zijn gestopt met de pil is er een verhoogd risico van 16%. Vrouwen die 5-9 jaar geleden zijn gestopt met de pil, hebben een verhoogd risico van 7%. Voor vrouwen die al langer dan tien jaar geen anticonceptiepil meer slikken is er geen verhoogd risico meer.

Vrouwen die vóór de leeftijd van 20 jaar beginnen met het slikken van de pil hebben een wat hogere kans op het krijgen van borstkanker gedurende het gebruik van de pil. Het absolute risico van borstkanker is echter laag in deze leeftijdsgroep.

Vrouwen die een afwijking in een van de borstkankergenen hebben (BRCA1, BRCA2), hebben een sterk verhoogd risico op het ontstaan van borstkanker en eierstokkanker. Dat is alleen geen reden om de anticonceptiepil bij vrouwen onder de 25 jaar af te raden. Het risico op borstkanker is gedurende het gebruik van de pil mogelijk iets verhoogd, terwijl het risico op eierstokkanker mogelijk iets is verlaagd. Vanaf 25 jaar neemt het risico op borstkanker bij deze vrouwen toe. Bespreek daarom de voor- en nadelen van pilgebruik met je arts. 

De pil na borstkanker

Er zijn weinig studies gedaan naar het effect van de pil als je eenmaal borstkanker hebt (gehad). Maar er lijkt een verhoogd risico op terugkeer van de ziekte te bestaan bij het gebruik van de pil. Daarom is het aan te raden om met je arts te bespreken wat voor jou de beste methode is om zwangerschap te voorkomen.