Chemotherapie, hoe gaat dat?

Als chemotherapie na een operatie wordt gegeven, dan start deze een paar weken na de operatie. Cytostatica worden altijd per infuus, tablet of een onderhuidse injectie toegediend. Als je vaak in een bloedvat geprikt moet worden, kan er middels een operatie een onderhuidse injectiekamer of port-a-cath aangebracht worden. Daardoor kunnen de medicijnen makkelijker toegediend worden.

Een behandeling wordt verdeeld over verschillende perioden of kuren, bijvoorbeeld zes kuren met tussenpozen van één tot vier weken. Een rustperiode van drie weken komt het meest voor. Tijdens die periode heeft het lichaam de kans zich te herstellen zodat het weer opgewassen is tegen een volgende kuur. Soms wordt gekozen voor een intensievere behandeling, waarbij de kuren bijvoorbeeld niet om de drie maar om de twee weken worden gegeven, of waarbij juist een heel hoge dosis wordt gegeven in combinatie met stamceltransplantatie.

Dat chemotherapie ook haarkiemcellen en cellen van maag en darmwand aantast, merk je aan haaruitval en misselijkheid. Als er veel schade aan gezonde cellen is, krijg je een preparaat dat het beenmerg stimuleert om nieuwe bloedlichaampjes aan te maken. Dit helpt je lichaam bij het herstel.