Borstsparende operatie​

Bij ongeveer tweederde van de borstkanker patiënten is het niet nodig de hele borst te verwijderen, maar is een borstsparende operatie mogelijk. Dan heb je in feite de keuze tussen deze twee soorten operatie en kun je in overleg met je arts bepalen wat het beste bij je past. 

Een borstsparende operatie wordt ook wel een lumpectomie of mammasparende operatie genoemd. Via een snede in de huid verwijdert de chirurg de tumor plus een stukje omliggend gezond weefsel. De chirurg snijdt ook een stukje gezond weefsel weg om er zeker van te zijn dat de hele tumor verwijderd wordt. Tijdens de operatie is namelijk niet te zien of in dit omliggende weefsel ook kankercellen zitten. Hierbij moet worden gecontroleerd of de snijranden van het weggenomen weefsel ‘schoon’ (vrij van tumorweefsel) zijn. 

Op een borstsparende operatie volgt in de meeste gevallen radiotherapie om de kans op terugkeer van de tumor nog verder te verkleinen, bij een borstamputatie is dit meestal niet nodig. 

Wanneer een borstsparende operatie?

Een borstsparende operatie is niet bij iedereen mogelijk. Bespreek met je chirurg of een borstsparende operatie bij jou mogelijk is. Wanneer een borstsparende operatie bij jou mogelijk is, mag je er zelf voor kiezen of je dit wil, of dat je liever een amputatie ondergaat. Uiteraard is het wel van belang dat je een keuze maakt op basis van de juiste informatie.

Het grootste voordeel van een borstsparende behandeling is het behoud van een groot deel van de eigen borst, al dan niet met plastische chirurgie. Er zijn vrouwen die tóch voor verwijdering van de hele borst kiezen, ook al is een borstsparende behandeling mogelijk. Bijvoorbeeld omdat dit gevoelsmatig beter bij ze past. Over het algemeen geldt dat als je in aanmerking komt voor een borstsparende operatie, dit even veilig is als verwijdering van de hele borst. Bij een goed uitgevoerde borstsparende operatie is de kans op een goede overleving net zo groot als bij verwijdering van de hele borst.

Na een borstsparende operatie volgt vaak bestraling. Lees hier meer over de mogelijke bijwerkingen van bestraling op lange termijn.

Of je wel of niet in aanmerking komt voor een borstsparende operatie spelen verschillende factoren mee:

  • de grootte van de tumor in verhouding tot de borst
  • het te verwachten cosmetische resultaat (hoe gaat het er uit zien?)
  • Het oppervlak van het gebied met ‘voorstadium van borstkanker’
  • de plaats van de tumor
  • eerdere bestraling van de borst
  • of bestraling op de borst mogelijk is
  • de kans op plaatselijke terugkeer van de borstkanker
  • de leeftijd van de patiënt (hoe jonger een patiënt is, hoe groter de kans op plaatselijke terugkeer van de borstkanker; jonge patiënten kiezen daarom relatief vaker een volledige verwijdering van de borst eventueel met een directe reconstructie)
  • erfelijkheid
  • wens van de patiënt

Tumor zichtbaar maken

Is de tumor goed voelbaar? Dan verwijdert de chirurg de tumor aan de hand van wat hij voelt. Is de tumor niet (goed) voelbaar? Dan bepaalt de radioloog voorafgaand aan de operatie waar de tumor precies zit. Dat gebeurt met echografie of mammografie.

De radioloog  kan op verschillende manieren de plek van de tumor zichtbaar maken:

  • Via het plaatsen van een (of meerdere) radioactief jodiumbronnetje(s) dat vervolgens met een geigerteller wordt opgespoord tijdens de operatie (met een speciale probe) en op deze manier kan de tumor inclusief een marge van gezond weefsel worden uitgenomen
  • via draadlokalisatie: de radioloog prikt een draad met een weerhaakje in de borst, op de plaats waar de tumor zit. De chirurg moet dan het gedeelte rondom deze draad verwijderen.
  • door een klein beetje radioactieve vloeistof in de borst te spuiten en tegelijkertijd gebruik te maken van een echo- of mammografie. De radioactieve vloeistof kleurt de tumor. De chirurg kan nu het gemarkeerde borstweefsel verwijderen.

‘Schoon’ snijvlak

Uiteraard is het belangrijk alle tumorcellen te verwijderen tijdens de operatie. Daarom snijdt de chirurg ook een gedeelte gezond weefsel rondom de tumor weg. De patholoog-anatoom onderzoekt het verwijderde weefsel nauwkeurig en onderzoekt of er geen tumorcellen zijn achtergebleven. Hij kijkt bij het verwijderde weefsel hoe ver de tumorcellen van het snijvlak afzitten en beoordeelt of de snijvlakken ‘schoon’ zijn. Is dat het geval? Dan is het (bijna) zeker dat de tumor in zijn geheel is verwijderd. Als het snijvlak niet ‘schoon’ is, kan het zijn dat er tumorcellen zijn achtergebleven. In dat geval kan besloten worden tot een nieuwe operatie of extra bestraling om de in de borst achtergebleven tumorcellen te doden.

Terugkeer van de tumor?

Na een borstsparende operatie is de kans heel klein dat de tumor binnen tien jaar plaatselijk terugkomt. Maar  het is altijd mogelijk is dat er toch nog kankercellen achter gebleven zijn in de borst. Daarom krijg je na de borstsparende operatie radiotherapie (bestralingen). 

Lees hier meer over hoe een borstoperatie in zijn werk gaat.

Deelnemen aan wetenschappelijk onderzoek bij borstkanker

Soms kun je meedoen aan wetenschappelijk onderzoek. Het gaat dan om het testen van bestaande of nieuwe middelen, technieken, methoden of behandelingen zoals medicijnen, operatietechnieken of bestralingsmethode. Overweeg je om deel te nemen aan één van de lopende onderzoeken? Bekijk hier het actuele overzicht van onderzoek bij borstkanker >>