Biopsie bij borstkanker

De arts doet altijd een biopsie om een definitieve diagnose te stellen. Je krijgt hiervoor altijd plaatselijke verdoving. Bij een biopsie wordt er een stukje weefsel weggehaald op de plek waar de afwijking is te zien. Dit gebeurd met een dikkere, holle naald. Het stukje weefsel dat verwijderd is heet het biopt. De patholoog onderzoekt daarna het weefsel onder een microscoop. Hij kijkt of er kwaadaardige cellen te zine zijn. Ook kan hij in het biopt testen of de tumor hormoongevoelig en/of HER2 positief is. Met de uitslag stelt je arts de definitieve diagnose.

Een ander woord voor weefselonderzoek is histologisch onderzoek.

Is de afwijking zo klein dat deze niet te voelen is? Maar is de afwijking wel te zien op de echografie, dan krijg je een echogeleide biopsie. Is de afwijking alleen op de mammografie zichtbaar, dan krijg je een röntgengeleide biopsie. Dit heet ook wel vacuümbiopsie. Het weefsel wordt dan uit de borst gezogen. Als de afwijking niet te voelen is, gaat het vaak om een groepje kalkspatjes, bijvoorbeeld ontdekt tijdens het bevolkingsonderzoek.