Bestraling bij uitzaaiingen van borstkanker

Heb je uitzaaiingen in andere delen van het lichaam dan de borst? Dan word je soms palliatief bestraald. Het doel van deze bestraling is om de (pijn)klachten te verminderen of te beperken. Ook wordt er met deze bestraling geprobeerd om  de groei van de uitzaaiingen te remmen. Vooral uitzaaiingen in de botten, bij het ruggenmerg of in de hersenen zijn een reden voor bestraling. Bij uitzaaiingen in bijvoorbeeld de longen en de lever, heeft bestraling soms effect.

Bestraling bij uitzaaiingen in bot

Bij uitzaaiingen in de botten wordt vaak één tot drie keer hogere bestralingsdosis gegeven. Bij de meeste patiënten neemt de pijn af. Bij een derde tot de helft van de patiënten verdwijnt de pijn helemaal. Door een botuitzaaiing kan het zijn dat je bot breekt. Je hebt dan eerst een operatie nodig om de breuk te herstellen en pijn te verlichten. Daarna volgt vaak alsnog bestraling.

Bestraling bij uitzaaiingen in hersenen of ruggenmerg

Bij uitzaaiingen in de hersenen of bij het ruggenmerg moet snel gehandeld worden, het liefst voordat er functies uitvallen. Zoals bijvoorbeeld een verminderde controle over je lichaam of een afname van gevoel. Dit kan gebeuren als de tumorcellen naar de zenuwen groeien en deze afknellen. Uitzaaiingen in de hersenen reageren soms goed op bestraling: ze worden kleiner of verdwijnen. Welke vorm van bestraling je kunt krijgen hangt af van je conditie en het aantal uitzaaiingen. Bestraling is soms een goed alternatief voor een operatie bij uitzaaiingen. Bij uitzaaiingen in de hersenen krijg je meestal een bestraling op de gehele herseninhoud. 

Bestraling bij uitzaaiingen in longen en lever

Als je uitzaaiingen hebt in je lever of je longen, zijn er verschillende behandelingsmogelijkheden. Wanneer er slechts enkele kleine uitzaaiingen zijn, is precisiebestraling (stereotactische radiotherapie) een mogelijkheid. Je krijgt dan een hoge dosis straling die specifiek gericht is op een heel klein gebied. Omdat de straling zo precies gericht wordt, is er geen beschadiging van het omliggende weefsel. Een voorwaarde is dan wel dat de uitzaaiing niet groter is dan 4 cm en er geen of weinig uitzaaiingen elders in het lichaam zijn.