Behandelen van overgangsklachten

Vrouwen met overgangsklachten kunnen terecht bij Verpleegkundige Overgangsconsulenten en Care for Women-zorgverleners. Beide hulpverleners zijn gespecialiseerd in de behandeling van overgangsklachten. Je kunt direct contact opnemen, een verwijzing van de huisarts is niet nodig.

Houd er rekening mee dat Verpleegkundige Overgangsconsulenten en Care for Women-zorgverleners misschien geen of onvoldoende kennis hebben van overgangsklachten door of na borstkanker. Overleg bij twijfel altijd met je medisch oncoloog of gynaecologisch oncoloog. Ben je niet meer onder behandeling, vraag dan je huisarts om advies. Het kan soms even duren voordat je de juiste hulpverlener hebt gevonden. Geef niet op, blijf vragen. Voor tips over hulpverlening kun je ook terecht bij lotgenoten. 

Hieronder vind je verschillende behandelingen voor verschillende overgangsklachten:

  • Hormoonvervangende therapie (HRT)
  • Botontkalking (osteoporose)
  • Droge slijmvliezen
  • Minder zin in seks (libidoverlies)
  • Opvliegers
  • Slechter slapen
  • Stemmingswisselingen
  • Mindfulness
  • Onvruchtbaarheid
  • Invriezen van embryo's
  • Invriezen van eierstokweefsel
  • Invriezen van eicellen (eicelvitrificatie)
  • Onderdrukken van de werking van de eierstokken
  • Mannen en onvruchtbaarheid
  • Verandering van gewicht
  • Vermoeidheid
  • Vergoeding van behandelingen

Hormoonvervangende therapie (HRT)

Een hormoonvervangende therapie (HRT) kan overgangsklachten verminderen. Bij vrouwen met een borstkankergeschiedenis wordt deze therapie over het algemeen afgeraden. Dit vanwege de tumor bevorderende effecten van de therapie. Er is echter een groep vrouwen waarbij een hormoonvervangende therapie wel mogelijk is. Dit zijn vrouwen (35 – 45 jaar) met een BRCA1- of BRCA2-genmutatie die vervroegd in de overgang raken omdat ze preventief hun gezonde eierstokken en eileiders hebben laten verwijderen. Als deze vrouwen geen borstkanker hebben gehad, wordt hormoonvervanging geadviseerd om overgangsklachten te behandelen.

Een medisch oncoloog of gynaecologisch oncoloog kan je meer vertellen over de werking van hormoonvervangende therapie (HRT). In het artikel ‘Erfelijk belast: hormoonvervanging na eierstokverwijdering’ van B, het tijdschrift van BVN, lees je over de voor- en nadelen over hormoonvervanging. Meer informatie hierover vind je ook in het thema ‘Eierstokken’ op www.brca.nl, een website van BVN.

Botontkalking (osteoporose)

Oestrogeen is belangrijk voor de botaanmaak. Chemotherapie, hormoontherapie en het preventief verwijderen van de eierstokken, leggen de oestrogeenproductie stil. Dit vergroot het risico op botontkalking en botbreuken. Vooral bij vrouwen die aromataseremmers krijgen en vrouwen die (zeer) vroeg in de overgang raken.

“Als je op je 35ste in de overgang komt, heb je, als je geen hormonen slikt, op je zestigste een wervelkolom van iemand van 75 jaar.”
Marian Mourits, gynaecologisch oncoloog van het UMC Groningen, in 'Erfelijk belast: hormoonvervanging na eierstokverwijdering’, B 3 midwinter 2011.

Als je tot bovenstaande risicogroep behoort, kom je in aanmerking voor een botdichtheidsmeting, ook wel BMD-meting of een DEXA-scan genoemd. Een behandeling met medicijnen is ook mogelijk als je al last hebt van botontkalking of als je een hoge kans hebt op het krijgen ervan. Botontkalkingsremmers zoals bifosfonaten kunnen de botafbraak afremmen.

Meer informatie over botontkalking vind je op de website van de Osteoporose Stichting en de Osteoporosevereniging. De laatstgenoemde heeft een telefonische hulplijn. Ervaringsdeskundigen beantwoorden vragen en geven advies.

Daarnaast zijn er aantal dingen die je zelf kunt doen om osteoporose tegen te gaan:

  • niet roken
  • geen alcohol drinken
  • een sport beoefenen die de botten belast, bijvoorbeeld hardlopen of fitnessen
  • voldoende calcium en vitamine D nemen
  • voldoende zonlicht krijgen
  • een gezond gewicht bewaren, zowel overgewicht als ondergewicht is slecht voor de botten

Meer informatie over voeding en bewegen

Op de website www.voedingenkankerinfo.nl vind je informatie en advies van wetenschappers over voeding en kanker. Je leest er onder andere welke voedingsmiddelen rijk zijn aan calcium en vitamine D.

Het Voedingscentrum heeft op een rij gezet wie wanneer extra vitamine D moet slikken. Bijvoorbeeld in de vorm van druppels, capsules of pillen.

Als je twijfelt of je genoeg calcium of vitamine D binnenkrijgt, dan kun je je voedingsinname laten berekenen door een diëtist. Op basis van de resultaten geeft de diëtist aan of een aanvulling nodig is, bijvoorbeeld in de vorm van een voedingssupplement. Via de website van Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD) kun je zoeken naar een diëtist bij jou in de buurt. Zoek een diëtist die is gespecialiseerd in oncologische (voedings)zorg). Als je nog onder behandeling bent, bespreek het gebruik van voedingssupplementen (mineralen en vitamines) altijd met je behandeld arts. Voedingssupplementen kunnen namelijk je behandeling verstoren.

Kies een vorm van bewegen die bij je past en die niet te zwaar is. Een gespecialiseerde fysiotherapeut kan je advies geven. Je kunt ook deelnemen aan een speciaal trainingsprogramma voor mensen met kanker of die kanker hebben gehad. Zo’n training bestaat onder andere uit conditie- en spierkrachttraining en is afgestemd op jouw specifieke situatie.

In de hulpwijzer van BVN vind je namen en adressen van organisaties op het gebied van fysiotherapie voor mensen met (borst)kanker.

Gesprek voorbereiden

Je kun je voorbereiden op het gesprek met je arts met behulp van een B-bewust checklist. Op www.b-bewust.nl (een website van Borstkankervereniging Nederland, BVN) maak je een eigen persoonlijke, digitale checklist aan. Je selecteert de vragen die op dat moment voor jou van belang zijn. Dit doe je per thema en onderwerp. Het thema ‘Voeding en beweging’ behandelt vragen over een gezond voedingspatroon en bewegen. 

Droge slijmvliezen

De verminderde aanmaak van oestrogeen zorgt voor droge slijmvliezen. De ogen voelen hierdoor droog aan. Je kunt last hebben van een branderig gevoel. Oogdruppels kunnen deze klachten verminderen of verhelpen. Vraag je huisarts en/of opticien om advies.

Door chemo- en hormoontherapie kunnen ook de slijmvliezen van de vaginawand dunner en droger worden. Hierdoor kan vrijen pijnlijk zijn. Niet-hormonale medicatie zoals capsules met kunstmatig slijm kunnen vaginale droogte tegengaan. Een seksuoloog kan je hierover adviseren. Je kunt ook terecht bij een gynaecoloog die  gespecialiseerd is in overgangsklachten.  

Goed om te weten
Door aantasting van de vaginawand kunnen sneller schimmelinfecties ontstaan. Vooral als je ook antibiotica of corticosteroïden gebruikt. Klachten zijn jeuk, afscheiding en een branderig gevoel tijdens het vrijen. Tijdens je chemotherapie moet een schimmelinfectie worden behandeld. Je weerstand is dan lager, infecties zijn dan gevaarlijker. Informeer altijd je behandelend arts over mogelijke schimmelinfecties en overleg met hem de behandelmogelijkheden.

Daarnaast ben je meer gevoelig voor blaasontstekingen. Heb je klachten die duiden op een (beginnende) blaasontsteking, neem dan contact op met je behandelend arts.

Minder zin in seks (libidoverlies)

Borstkanker kan tot seksuele problemen leiden. De behandelingen en de bewerkingen daarvan, zijn een van de oorzaken van seksuele problemen. Door chemo- en/of hormoontherapie kun je minder zin hebben in seks. De kriebels ontstaan niet meer of minder snel omdat de hormonen er niet of nauwelijks meer zijn. Je moet dan zin maken met je hoofd. Maar als je moe of ziek bent, kan het een hele kunst zijn om dat voor elkaar te krijgen. Daarnaast kan vrijen pijnlijk zijn. Door chemo- en hormoontherapie kunnen de slijmvliezen van de vaginawand dunner en droger worden.

Vaginale droogte kun je tegengaan met niet-hormonale medicatie zoals capsules met kunstmatig slijm. Een seksuoloog kan je hierover adviseren. Je kunt pijn tijdens het vrijen voorkomen met behulp van pijnstillers. Bespreek het gebruik van pijnstillers altijd met je behandelend arts. 

Glijmiddelen en pijnstillers kunnen behulpzaam zijn, maar zorgen in eerste instantie niet voor lust en pret. Weer zin krijgen, doe je door te communiceren. Allereerst met jezelf en met je partner. Het is belangrijk om je gevoelens over je lichaam en het hebben van intimiteit en seks, te delen met je partner. Niet alleen jij moet wennen aan je veranderde lichaam, maar je partner net zo. Ook bij je partner kunnen negatieve gevoelens leiden tot minder zin in seks. De angst je te verliezen door de ziekte borstkanker of je pijn te doen tijdens het vrijen, kunnen hierbij een rol spelen. Probeer openlijk met elkaar over de veranderingen te praten. Ontdek samen wat jullie lastig vinden en probeer hier oplossingen voor te vinden. Onder ‘Leven met (vervroegde) overgangsklachten: hoe doe je dat?’ vind je tips. 

Wees niet bang om hulp in te schakelen. Sommige ziekenhuizen beschikken over een polikliniek voor seksualiteitsproblemen door borstkanker. Ook kun je terecht bij een psycholoog of seksuoloog. Soms kan het fijn zijn om met een lotgenoot hierover te praten. Je mammacareverpleegkundige of je behandelend arts kan je informeren over professionele hulp bij seksuele problemen.

Onder ‘Leven met (vervroegde) overgangsklachten: wie kan je helpen?’ vind je overzicht van hulpverleners op het gebied van seksuele klachten.

Opvliegers

In overleg met je arts kun je bij opvliegers kiezen voor niet-hormonale middelen zoals venlafaxine (antidepressiva), clonidine (bloeddrukverlagend medicijn) of gabapentine. Deze zorgen voor minder frequente en minder heftige opvliegers

Opvliegers kun je ook tegengaan door bepaalde voedingsmiddelen te vermijden. Dit geldt voor producten met cafeïne en theïne (bijvoorbeeld koffie en thee), chocolade, warme dranken, pittige kruiden en alcohol.

Slechter slapen

Slechter slapen is een van de overgangsklachten waar je last van kunt krijgen. Je kunt problemen hebben met het inslapen en/of doorslapen. Ook kun je ‘s morgens zeer vroeg wakker worden en moeite hebben om daarna weer in te slapen.

Vaak wordt slechter slapen bestreden met een niet-medicamenteuze aanpak. Deze aanpak bestaat uit voorlichting. Je krijgt onder andere uitleg over slaap en slaapstoornissen, eventueel gevolgd door een gericht slaapadvies. Je huisarts kan je meer vertellen over deze niet-medicamenteuze aanpak.

Daarnaast zijn er aantal dingen die je zelf kunt doen om beter te kunnen slapen:

  • Houd een slaapdagboek bij. Je noteert elke dag wanneer en hoe lang je hebt geslapen. Je houdt ook bij welke dingen invloed op je slaap kunnen hebben gehad. Een slaapdagboek kun je bijhouden in een schrift, in je agenda of met behulp van een app op je telefoon.
  • Houd een vast slaapritme aan. Ga op altijd op dezelfde tijd naar bed en sta op dezelfde tijd op.
  • Neem geen stimulerende middelen voor het slapengaan (anderhalf tot twee uur voordat je naar bed gaat.) Hierbij kun je denken aan alcohol, producten die cafeïne of theïne bevatten en chocolade.
  • Nuttig geen zware maaltijden voor het slapengaan.
  • Bouw je dag goed af. Geen overmatige beweging voor het slapengaan of beeldschermactiviteiten (computer en/of telefoon). 
  • Zorg voor een goed geventileerde, min of meer verduisterde kamer met aangename temperatuur.

Stemmingswisselingen

Als je erg last hebt van stemmingswisselingen kun je overwegen hulp in te schakelen. Soms kunnen medicijnen – antidepressiva – je klachten verminderen. Antidepressiva hebben echter ook verschillende bijwerkingen. Bespreek het gebruik ervan daarom met je behandelend arts of huisarts.

Je kunt ook psychologische hulp inschakelen. Je kunt baat hebben bij een cognitieve gedragstherapie of een mindfulnesstraining.

Mindfulness

Mindfulness betekent zoveel als opmerkzaam zijn, je bewust zijn van de ervaring van het moment zonder daarover een oordeel te hebben. Dat lijkt misschien bijna onmogelijk als je borstkanker hebt of kampt met de gevolgen ervan, maar juist in tijden van ziekte en andere persoonlijke crises blijkt mindfulness waardevol. Mindfulness kan je helpen de nieuwe situatie te accepteren en zorgen voor ontspanning en rust.

  • Op veel verschillende plekken worden trainingen aangeboden, onder andere in een aantal inloophuizen.
  • Een mindfulnesstrainer vind je op www.vmbn.nl, de site van de Vereniging Mindfulness based trainers in Nederland en Vlaanderen.
  • In het artikel ‘Hier en nu’ in B (nummer 5, nazomer 2012) lees je meer over de werking van mindfulness.

Onvruchtbaarheid

Als gevolg van chemotherapie en/of hormoontherapie raak je (vervroegd) in de overgang. Of je tijdelijk of definitief in de overgang raakt, hangt af van verschillende factoren. Onder andere van:

  • je leeftijd
  • soort en dosis chemotherapie of hormoontherapie
  • je vruchtbaarheid voorafgaand aan de behandeling

Soms is het mogelijk om je vruchtbaarheid te behouden (fertiliteitspreservatie). Omdat fertiliteitspreservatie moet plaatsvinden voordat je begint aan je borstkankerbehandeling, is het belangrijk dat je tijdig goed wordt geïnformeerd over een kans op onvruchtbaarheid. Vraag je behandelend arts om meer informatie. Als hij onvoldoende weet, laat je dan doorverwijzen naar een gynaecologisch oncoloog. Niet alle medisch specialisten zijn even goed op de hoogte van de mogelijkheden om vruchtbaarheid te behouden

Je kunt je voorbereiden op het gesprek met je arts met behulp van een B-bewust checklist. Op www.b-bewust.nl maak je een eigen persoonlijke, digitale checklist aan. Je selecteert de vragen die op dat moment voor jou van belang zijn. Dit doe je per thema en onderwerp. Het thema ‘Mogelijke effecten van borstkanker’ behandelt vragen over bijwerkingen.

Lees meer over onvruchtbaarheid >>

Verandering van gewicht

Een mogelijk bijeffect van met name chemotherapie en hormonale therapie is gewichtstoename. Behalve dat die extra kilo’s vaak vervelend zijn, kunnen ze leiden tot overgewicht.

Overgewicht kan een rol spelen bij het opnieuw krijgen van borstkanker, vooral bij vrouwen na de overgang geldt dat. Het vetweefsel, met name in de buik, bepaalt dan de hormoonwaarden. Hoe meer vetweefsel, hoe groter de aanmaak van vrouwelijke hormonen (oestrogeen), hoe hoger het risico op het weer krijgen van borstkanker.  

Een gezond gewicht (BMI 25 of lager) wordt daarom aanbevolen. Hier vind je tips hoe je een gezond gewicht kunt krijgen en behouden.

Je kunt ook de hulp inschakelen van een diëtist. Via de website van Nederlandse Vereniging van Diëtisten (NVD) kun je zoeken naar een diëtist bij jou in de buurt. Zoek een diëtist die is gespecialiseerd is in oncologische (voedings)zorg.

Het is ook makkelijker om op een gezond gewicht te blijven als je regelmatig beweegt. Bewegen, zowel tijdens als na de behandeling, helpt je ook om fysiek en mentaal fit te blijven. Kies een vorm van bewegen die bij je past en die niet te zwaar is. Voor de een zal dat een sport (bijvoorbeeld hardlopen) zijn, voor de ander misschien yoga en voor weer een ander een dagelijkse wandeling. Een gespecialiseerde fysiotherapeut kan je advies geven. Je kunt ook deelnemen aan een speciaal trainingsprogramma voor mensen met kanker of die kanker hebben gehad. Zo’n training bestaat onder andere uit conditie- en spierkrachttraining en is afgestemd op jouw specifieke situatie.

Lees ook het dossier over gewicht.

Gesprek voorbereiden

Je kun je voorbereiden op het gesprek met je arts met behulp van een B-bewust checklist. Op www.b-bewust.nl (een website van Borstkankervereniging Nederland, BVN) maak je een eigen persoonlijke, digitale checklist aan. Je selecteert de vragen die op dat moment voor jou van belang zijn. Dit doe je per thema en onderwerp. Het thema ‘Voeding en beweging’ behandelt vragen over een gezond voedingspatroon en bewegen.

Vermoeidheid

Mensen die (borst)kanker hebben of hebben gehad, kunnen met hun vermoeidheidsklachten terecht bij verschillende specialisten. Ook zijn er speciale programma’s die vermoeidheidsklachten kunnen verminderen en/of helpen om er beter mee om te gaan. Meer informatie hierover vind je onder ‘Hoe wordt vermoeidheid behandeld?’.

Daarnaast zijn er zijn verschillende dingen die je zelf kunt doen om je vermoeidheid te verminderen en te voorkomen dat je vermoeidheid chronisch wordt. De tips vind je onder ‘Leven met vermoeidheid: hoe doe je dat?’.

Vergoeding van behandelingen

Welke behandeling of combinatie van behandelingen je ook kiest, let er op dat niet alle vormen van therapie (volledig) worden vergoed vanuit de basiszorgverzekering. Hetzelfde geldt voor het gebruik van medicijnen. Vraag van tevoren bij je zorgverzekeraar na wat, wanneer wordt vergoed. Hier vind je een lijst met vragen en antwoorden over verzekeren bij of na borstkanker.