Angst voor chemotherapie

Voor chemotherapie heeft iedereen misschien wel de meeste angst. Dat rotspul in je lijf, misselijk zijn, je haar verliezen en het idee dat al die chemie ook vele gezonde cellen aantast! Voorlopig is het helaas nog de beste manier om te zorgen dat de kans op terugkeer van de kanker klein is. Maar dit is inderdaad een schrale troost als er wéér zo’n infuus je arm in gaat. De eerste keer valt meestal mee, maar daarna is het voor de meesten elke keer een beetje erger en zieker. Bij de vijfde of zesde keer zou je willen smeken of het niet meer hoeft! De oncoloog zal onverbiddelijk blijven, voor je eigen bestwil.

Bang voor het onbekende

Probeer zo veel mogelijk te weten te komen wat er precies gebeurt, dat haalt de ergste angst weg – die is tenslotte altijd het grootst voor het onbekende. Laat de verpleegkundige die het infuus aanlegt, uitleggen wat voor spul er in die zakjes zit. Zo is er onder andere eentje bij tegen de misselijkheid! Vraag hoe lang elk infuus gaat duren. Weet dat het ene zakje heel snel leeg loopt, het andere heel langzaam, en waarom. Dat er tussendoor steeds gespoeld wordt.

Je kunt het aan!

Praat over je angst, huil als je wilt. Het is ook een rotstreek dat jou dit overkomt. Probéér, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, niet bang te zijn. Het gaat echt voorbij, en een maand of drie na de laatste chemobehandeling heb je alweer een laagje dons op je hoofd. Weet, dat als je met de behandelingen bezig bent, je minder angst zult voelen dan wanneer je er nog aan moet beginnen. Het went niet nee, maar iedereen blijkt het aan te kunnen, al is de een zieker dan de ander. Bedenk ook dat je met de chemo een wapen hebt tegen de kanker! Zie de chemo als een bondgenoot: samen sta je sterker tegenover de kanker!