Aanvullend onderzoek

Met de uitslagen van lichamelijk onderzoek, beeldonderzoek en cel- en weefselonderzoek als basis voor de diagnose borstkanker, kan de arts een behandelplan opstellen. Om de meest passende behandeling te kunnen bepalen, zijn er soms aanvullende gegevens nodig. Bijvoorbeeld over de exacte plaats van de tumor (MRI), het genenprofiel van de tumor of over uitzaaiingen in de lymfklieren of elders in het lichaam (uitzaaiingen op afstand). Als borstkanker uitzaait, gebeurt dit meestal naar de longen, lever, botten en hersenen. Om daar achter te komen, volgen mogelijk nog meer onderzoeken. Dat gebeurt in ieder geval wanneer voor de tweede keer borstkanker wordt geconstateerd.

Een aantal voorbeelden van aanvullend onderzoek:

  • Lymfklieronderzoek
  • Genprofieltest: waarbij wordt onderzocht welke genen in de tumor voorkomen. Bepaalde genen voorspellen de kans op uitzaaiingen van de tumor elders in het lichaam
  • Biopt: ter bevestiging dat het om een uitzaaiing van borstkanker gaat
  • Bloedonderzoek: opsporen van tumormarkers

Aanvullend beeldonderzoek:

  • CT-scan: controle op uitzaaiingen in andere organen, bijvoorbeeld de lever
  • Röntgenfoto van de longen (X-Thorax) of CT-scan van de borstkas (Thorax): een röntgenfoto van de longen of een CT-scan van de borstkas toont eventuele uitzaaiingen in de longen
  • Botscan: onderzoek naar mogelijke uitzaaiingen in de botten
  • Echo van de lever: onderzoek naar mogelijk uitzaaiingen in de lever met behulp van echografie. Wanneer een afwijking in de lever te zien is, wordt er soms nog aanvullend een CT-scan van de buik gemaakt om deze beter in beeld te brengen.
  • MRI: exacte plaatsbepaling tumor; onderzoek naar mogelijke uitzaaiingen in de hersenen of het ruggenmerg
  • PET-scan: (bij uitzondering) onderzoek als uitzaaiingen worden vermoed, die nog niet via de hiervoor genoemde technieken zijn aangetoond